Geen knallende ruzie, geen excuus
Wat het extra lastig maakt: er was geen breuk. Geen ruzie. Geen nare jeugd. “Als er iets kapot was geweest had ik misschien een reden gehad. Maar die was er niet.”
Ze deed gewoon wat je doet: leven. “En dat voelt nu bijna als tekortschieten.”
Claire herinnert zich hoe haar vader zei dat ze het druk had en dat hij dat begreep. “Juist dat maakt het pijnlijk. Hij vroeg nooit iets. Hij was altijd tevreden met weinig.”
Je denkt altijd dat het jou niet gebeurt
Volgens Claire praten we hier te weinig over. “Iedereen denkt later. Volgende keer. Als het rustiger wordt.”
Zij dacht precies hetzelfde. “Tot het ineens nooit meer kan.”
Nu ziet ze het bij anderen. “Mensen die zeggen ik ga snel weer eens langs bij mijn ouders. Dan denk ik doe het nou gewoon. Vandaag.”
Geen spijt, wel veel verdriet
Claire wil zichzelf niet kapotmaken met schuld. “Ik heb mijn vader liefgehad. Dat weet ik. Dat wist hij ook.”
Toch is het gemis anders dan ze had verwacht. “Ik mis niet alleen hem. Ik mis ook de momenten die nooit zijn gebeurd.”
Ze rondt zacht af. “Als ik iets heb geleerd dan is het dit. Wacht niet tot later. Later is geen belofte. Het is een gok.”