“Dat ben ik niet.”
Hij keek naar mij.
“Dat weet Sanne beter dan wie dan ook.”
Toen haalde hij een map uit zijn tas.
Mijn moeder stond op.
“Wat doe je?”
Hij legde de map voor de notaris.
“Dit vond ik vorige week.”
Binnenin zaten kopieën van bankafschriften, een koopcontract en een schuldbekentenis.
Lars had honderdduizend euro gebruikt als eigen inbreng voor een vastgoedproject.
Maar het contract bevatte nóg iets.
Mijn moeder kreeg recht op twintig procent van de toekomstige winst.
Femke keek alsof iemand haar in het gezicht had geslagen.
“Jij zat erin?”
Ria zei niets.
“Je zei dat je ons hielp.”
“Ik héb jullie geholpen.”
“Je investeerde via ons.”
“Dat is hetzelfde.”
“Nee.”
Femke duwde haar stoel naar achteren.
“Dat is helemaal niet hetzelfde.”
Mijn moeder wees naar mij.
“Dit is precies wat zij altijd doet.”
Ik keek om me heen.
“Wat doe ik?”
“Alles kapot analyseren. Alles in cijfers veranderen.”
Marieke mompelde:
“Dat is lastig wanneer je geld verduistert.”
Mijn moeder negeerde haar.
“Ik heb mijn hele leven voor iedereen gezorgd.”
Ik zei niets.
“Voor mijn moeder. Voor Henk. Voor jullie.”
“En daarom mocht je oma’s geld gebruiken?”
“Dat geld zou uiteindelijk toch in de familie blijven.”
Notaris De Graaf zei:
“Niet op de manier die in het testament is bepaald.”
Ria sloeg met haar hand op tafel.
Niet hard.
Maar iedereen zweeg.
“Je oma begreep aan het einde niet meer wat ze deed.”
De notaris antwoordde meteen:
“Daarover hebben wij een verklaring van haar specialist ouderengeneeskunde.”
Mijn moeder bevroor.
“Welke verklaring?”
“Dat mevrouw Klara de Jong volledig wilsbekwaam was toen zij haar testament wijzigde en de volmacht introk.”
Ik keek naar haar.
“Je wist dat ze de volmacht had ingetrokken.”
Ze keek terug.
Geen antwoord.
“Je wist het.”
“Ze was boos.”
“Waarom?”
Nu keek mijn vader weg.
Weer zo’n kleine beweging.
Ik zag hem.
“Pap?”
Hij wreef met zijn duim langs zijn trouwring.
“Oma had ontdekt dat Ria geld naar Femke had overgemaakt.”
“Hoe?”
“Een medewerker van de bank belde haar over een grote transactie.”
Mijn moeder zei:
“Ze begreep de situatie niet.”
Mijn vader schudde zijn hoofd.
“Nee. Ze begreep hem juist heel goed.”
Dat was de zin die alles veranderde.
Mijn moeder keek hem aan alsof hun vijfenveertigjarige huwelijk op dat moment fysiek tussen hen in op tafel lag.
“Je kiest haar kant?”
Henk antwoordde:
“Er zijn geen kanten meer.”
Hij schoof zijn trouwring van zijn vinger.
“Er zijn bankafschriften.”
Droger Nederlands werd het niet.
De weken daarna waren niet spectaculair.
Dat is iets wat mensen vergeten over familiebreuken.
Er klinkt geen muziek onder.
Er zijn vooral e-mails.
Aangetekende brieven.
Gesprekken met advocaten.
Excelbestanden.
Mijn moeder bleef aanvankelijk volhouden dat alles “binnen de familie geregeld” moest worden.
Maar de notaris meldde de vermoedelijke onttrekkingen aan de executeur en adviseerde juridisch herstel.
Omdat de ingetrokken volmacht aantoonbaar niet meer geldig was, moest het geld worden teruggebracht in de nalatenschap.
Lars kon dat niet.
Zijn project liep slecht.
Daarom moest een van zijn appartementen worden verkocht.
Femke kwam drie weken later bij Marieke langs.
Ze stond buiten met een natte jas en twee bekers koffie.
“Mag ik binnen?”
Ik liet haar binnen.
Niet omdat alles goed was.
Omdat ik wilde horen wat ze kwam zeggen.
Ze keek naar Noor.
“Ze is groot geworden.”
“Baby’s doen dat.”
Ze glimlachte flauwtjes.
Daarna werd ze serieus.
“Ik wist niet van die andere bedragen.”
“Ik geloof je.”
Ze keek verrast op.
“Echt?”
“Ja.”
“Waarom?”