Bij sommige mensen verandert dat uiterlijk nauwelijks. Bij anderen kan het verschil wel zichtbaar zijn.
De reden is eenvoudig: lichaamsvet wordt niet bij iedereen op dezelfde manier verdeeld.
Daarom is het tussenruimte tussen de dijen geen goede maatstaf om te bepalen of iemand “slank genoeg” is.
Hoe werd dit eigenlijk een schoonheidsideaal?
Een groot deel van de aandacht rond dit onderwerp is verbonden met de manier waarop lichamen op sociale media worden afgebeeld.
Foto’s kunnen worden beïnvloed door:
- houding en pose;
- camerahoek;
- verlichting;
- kleding;
- de positie van de benen;
- beeldbewerking;
- filters.
Een lichaam dat op een foto een bepaalde vorm lijkt te hebben, hoeft er in een andere houding dus helemaal hetzelfde uit te zien.
Wanneer één specifiek lichaamskenmerk vervolgens duizenden keren wordt afgebeeld als onderdeel van een “ideaal figuur”, kan het gemakkelijk lijken alsof iedereen daaraan zou moeten voldoen.
Maar dat is niet hoe menselijke anatomie werkt.
Er bestaat geen standaardlichaam
Er zijn mensen met brede heupen en mensen met smalle heupen.
Er zijn verschillende beenstanden, verschillende bekkenvormen en talloze combinaties van spiermassa en lichaamsvet.
Al deze variaties maken deel uit van de natuurlijke diversiteit van menselijke lichamen.
De aanwezigheid of afwezigheid van ruimte tussen de dijen verandert daar niets aan.
Het is een anatomisch kenmerk, geen persoonlijkheidstest en geen waardemeter.
Kijk liever naar wat je lichaam kan
In plaats van voortdurend te kijken naar hoe een bepaald lichaamsdeel eruitziet, kan het nuttiger zijn om aandacht te besteden aan wat je lichaam kan.
Kun je gemakkelijk wandelen?
Kun je traplopen?
Voel je je sterk?
Kun je soepel bewegen?
Heb je voldoende energie voor de dingen die belangrijk voor je zijn?
Dat zijn veel betekenisvollere aspecten van lichamelijk welzijn dan het aantal centimeters tussen je dijen.
Bewegen hoeft bovendien niet uitsluitend bedoeld te zijn om een bepaalde lichaamsvorm te bereiken.
Krachttraining kan helpen om spieren sterker te maken. Wandelen kan bijdragen aan dagelijkse beweging. Rekken en mobiliteitsoefeningen kunnen helpen om soepel te blijven.