Een meelevende blik.
— Hoe voel je je?
— Een beetje beter.
— Arme jij… het moet verschrikkelijk zijn om niets te herinneren.
De vrouw knikte.
— Vooral de kinderen.
— Ja…
— Het moet vreemd zijn als mensen zeggen dat jij hun moeder bent.
De vrouw keek naar beneden.
— Soms voelt het alsof ik helemaal niets met hen te maken heb.
De buurvrouw keek haar scherp aan.
En voor het eerst flitste er iets vreemds door haar ogen.
Iets kouds.
Iets gevaarlijks.
Vanaf die dag kwam ze bijna dagelijks langs.
Eerst bracht ze eten.
Daarna hielp ze in huis.
Soms nam ze de kinderen mee naar buiten.
Iedereen zag haar als behulpzaam en vriendelijk.
Maar langzaam veranderden de gesprekken.
— Weet je, de kinderen zijn erg aan mij gehecht.
— Echt?
— Natuurlijk. Ik heb ze al die jaren geholpen.

— Ze houden van je.
— Soms denk ik dat ze zich bij mij zelfs veiliger voelen.
Die opmerkingen werden steeds vaker gemaakt.
Voorzichtig in het begin.
Later steeds directer.
Op een dag zei de buurvrouw:
— Weet je zeker dat je ooit klaar was om moeder te worden?
— Wat bedoel je?
— Sommige vrouwen krijgen kinderen en beseffen dat het een fout was.
Die woorden deden pijn.
Maar zonder geheugen kon de vrouw zich niet verdedigen.
Ze wist niet meer wie ze was geweest.
Niet meer of ze van haar kinderen hield.
Ze wist niets.
Na een paar weken werd de situatie zorgwekkend.
De buurvrouw begon vreemde dingen tegen de kinderen te zeggen.
— Als mama jullie ooit vergeet, mogen jullie altijd bij mij wonen.
— Echt?
— Natuurlijk.
Het meisje vertelde dit aan haar vader.
Hij voelde zich ongemakkelijk, maar dacht dat het gewoon een misplaatste opmerking was.
Hij had het mis.

Heel erg mis.
Want de buurvrouw had al een plan.
Jaren geleden had ze zelf een kind verloren.
Ze was dat nooit te boven gekomen.
En nu leek het lot haar een tweede kans te geven.
Een vrouw zonder geheugen.
Verwarde kinderen.
Een wanhopige familie.
De perfecte omstandigheden.
Op een ochtend kwam ze nerveus binnen.
Ze sloot de keukendeur en zei zacht:
— Ik moet iets bekennen.
— Wat?
— Die kinderen…
De vrouw keek op.
— Wat is er met hen?
De buurvrouw haalde diep adem.
— Ze zijn niet van jou.
De wereld leek stil te staan.
— Wat?
— Ik heb lang gezwegen. Maar ik kan niet meer.
— Waar heb je het over?
— Jij was ooit dichtbij onze familie. Na de tragedie heb ik tijdelijk voor de kinderen gezorgd. Daarna ontstond verwarring. Jij kreeg je ongeluk. Iedereen besloot het zo te laten.
— Nee…
— Jawel. Ze zijn eigenlijk van mij.
De vrouw werd bleek.
De woorden klonken waanzinnig.
Maar haar geheugen was leeg.
Dus ze kon niets bewijzen.
— Waarom noemen ze mij dan mama?
— Omdat ze gewend zijn geraakt.