Soms gebeurt het ergste niet wanneer iemand alles verliest. Het ergste is wanneer iemand niet meer weet dat het ooit van hem of haar was.
“Waar ben ik?”
Dat waren de eerste woorden die de vrouw uitsprak toen ze haar ogen opende in een ziekenhuisbed.
Alles om haar heen voelde vreemd.
Witte muren.
De geur van medicijnen.

Het piepen van medische apparatuur.
Onbekende gezichten.
Ze keek naar de man die naast haar bed zat en voelde zich ongemakkelijk.
— Sorry… kennen wij elkaar?
De man werd lijkbleek.
Tranen verschenen in zijn ogen.
— Natuurlijk kennen we elkaar, lieverd. Ik ben je man.
De vrouw schudde verward haar hoofd.
Ze herinnerde zich hem niet.
Helemaal niet.
De volgende dagen veranderden in een nachtmerrie.
Artsen legden de familie uit dat de gevolgen van het ongeluk ernstiger waren dan gedacht. Sommige herinneringen konden binnen weken terugkeren, maar ze konden ook voorgoed verdwijnen.
Toen ze naar huis werd gebracht, begon het moeilijkste deel.
Twee kinderen renden haar tegemoet.
Het oudere meisje vloog haar om de hals.
De jongen pakte haar hand stevig vast.
— Mama, je bent terug!
De vrouw verstijfde.

Ze keek naar hen alsof ze hen voor het eerst zag.
Ze herkende hen niet.
Helemaal niet.
En dat brak haar hart.
’s Nachts huilde ze in haar kussen.
Ze wilde voelen wat iedereen beschreef als moederliefde.
Ze wilde zich hun eerste stapjes herinneren.
Hun verjaardagen.
Hun favoriete verhaaltjes.
Maar haar geheugen bleef leeg.
Op een dag, toen haar man weg was, werd er op de deur geklopt.
Op de stoep stond de buurvrouw.
Een vriendelijke glimlach.
Een doos koekjes in haar handen.
