En toen was het pater André die haar met een brief en een stellige aanbeveling had gestuurd. Ze is serieus, netjes en beleefd. Neem haar aan. Dat stond in de brief, die Maman Abé aan Madame Kan had gegeven. Toen Awa het huis binnenkwam, werd ze getroffen door de stilte die er heerste. Een stilte als zilver, koud, als een adem die jarenlang was ingehouden.
Mevrouw Kan keek haar nauwelijks aan. Kun je koken? Ja, mevrouw. Je slaapt waar je gezegd wordt. Je spreekt wanneer er tegen je gesproken wordt. Je maakt geen nutteloos lawaai. Is dat je uitgelegd? Ja, mevrouw. Ze draaide haar de rug toe. Zo was het begin bezegeld. Awa nam haar intrek in het kleine kamertje naast de wasruimte. Een kamer zonder ramen met een metalen bed en een scheve kledingkast.