Veel mensen gaan ervan uit dat je met een WW-uitkering van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) continu “aan” moet staan voor werk en dus nooit echt vrij kunt nemen. Dat beeld leeft hardnekkig, maar klopt niet helemaal.

Ook als je een Werkloosheidswet-uitkering ontvangt, mag je gewoon op vakantie. Een paar dagen weg in eigen land, een stedentrip of zelfs een reis naar het buitenland: het is allemaal toegestaan. Alleen betekent dat niet dat je volledig vrij bent van regels of verplichtingen.
De WW is namelijk bedoeld als overbrugging tussen twee banen, en daarom blijft de basisregel overeind: je moet beschikbaar zijn voor werk en actief blijven solliciteren. Vakantie is daarop een uitzondering, maar wel een gereguleerde uitzondering.
Het UWV heeft daarom duidelijke afspraken gemaakt over hoeveel dagen je weg mag zijn, wat je moet doorgeven en wat de gevolgen zijn als je die regels niet volgt. Wie zich daaraan houdt, kan zonder problemen tijdelijk genieten van een vakantie.
Hoeveel vakantiedagen je hebt tijdens WW
Wanneer je een WW-uitkering ontvangt, heb je per kalenderjaar recht op maximaal 20 vakantiedagen waarin je uitkering gewoon wordt doorbetaald.
In die periode hoef je niet te solliciteren en word je ook niet verwacht direct beschikbaar te zijn voor werk. Het is dus echt een officiële pauze binnen je uitkering, bedoeld om even afstand te kunnen nemen.
Belangrijk is dat deze 20 dagen alleen gelden als je het volledige kalenderjaar in de WW zit, dus van 1 januari tot en met 31 december. Kom je halverwege het jaar in de WW terecht, dan wordt het aantal vakantiedagen naar rato berekend.
Dat maakt het systeem eerlijker, omdat je alleen opbouwt voor de periode waarin je daadwerkelijk een uitkering ontvangt.
Een praktisch voorbeeld maakt dat duidelijker: begin je op 1 juli met een WW-uitkering, dan heb je voor de rest van dat jaar nog recht op 10 vakantiedagen. Je bouwt dus niet automatisch het volledige aantal op, maar alleen het deel dat overeenkomt met de resterende maanden.
Het UWV rekent daarbij uitsluitend met werkdagen. Dat betekent dat alleen maandag tot en met vrijdag meetellen als vakantiedagen. Weekenden en officiële feestdagen worden niet van je saldo afgeschreven.
Daardoor kan een korte vakantie relatief voordelig uitpakken. Een lang weekend weg van vrijdag tot en met maandag kost bijvoorbeeld maar twee vakantiedagen, terwijl je er vier kalenderdagen tussenuit bent.

Wat gebeurt er als je langer op vakantie gaat?
Wil je langer weg dan je beschikbare vakantiedagen toelaten, dan kan dat in principe wel, maar de gevolgen zijn direct merkbaar. Vanaf het moment dat je vakantiesaldo op is, stopt de doorbetaling van je WW-uitkering voor de extra dagen dat je wegblijft. Je krijgt die periode dus niet vergoed.
Daarnaast wordt ook je sollicitatieplicht weer actief zodra je buiten je toegestane vakantiedagen komt. Dat betekent dat je in principe weer beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt, ook als je nog op vakantie bent. Je moet dan bereikbaar blijven, kunnen reageren op vacatures en eventueel op gesprek kunnen komen als een werkgever dat vraagt.
In de praktijk is dat natuurlijk lastig te combineren met reizen of vakantie vieren. Daarom is het belangrijk om goed te plannen en je vakantiedagen niet te overschrijden zonder er bewust rekening mee te houden.