Dwangmatig hamsteren als psychologisch pantser

Bij sommige mensen ligt het verzamelen het meest in het oog. Kamers raken steeds voller, doorgangen worden smaller en oppervlakken die oorspronkelijk bedoeld waren om te koken, eten, zitten of slapen, worden geleidelijk ingenomen door spullen. Bij anderen valt vooral de zelfverwaarlozing op, terwijl weer anderen zich steeds verder terugtrekken en nauwelijks nog mensen in hun woning toelaten.

Het syndroom komt vaker voor bij ouderen, maar kan mensen van alle leeftijden treffen. De hogere zichtbaarheid onder ouderen kan samenhangen met het feit dat veranderingen in de leefomgeving zich jarenlang kunnen opstapelen. Ook kunnen belangrijke verlieservaringen en toenemend sociaal isolement op latere leeftijd een rol spelen. Toch is leeftijd op zichzelf geen voldoende verklaring en mag het probleem niet uitsluitend als een ouderdomsverschijnsel worden beschouwd.


In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is het Diogenes-syndroom niet per definitie een symptoom van een vastgestelde psychische aandoening zoals de ziekte van Alzheimer of schizofrenie. Sterker nog, bijna de helft van de mensen met dit syndroom heeft geen gediagnosticeerde psychiatrische stoornis. Dat maakt de beoordeling ingewikkeld, omdat er niet altijd één duidelijke diagnose is die het volledige gedrag verklaart.

De afwezigheid van een psychiatrische diagnose betekent niet dat er geen psychisch lijden bestaat. Het kan betekenen dat het lijden nooit officieel is vastgesteld, dat de persoon geen hulp heeft gezocht of dat het gedrag niet volledig binnen één bekende aandoening past. Daarom is het belangrijk om niet te snel conclusies te trekken op basis van wat in de woning zichtbaar is.

Ook mag niet iedere rommelige of overvolle woning automatisch worden gekoppeld aan het Diogenes-syndroom. Er bestaat een verschil tussen tijdelijk achterstallig huishouden, verzamelen als hobby, moeite met organiseren en een situatie waarin spullen, zelfverwaarlozing en sociaal isolement het dagelijkse functioneren ernstig beïnvloeden. De context, de duur, de risico’s en de beleving van de persoon zijn allemaal van belang.