Het is een van de oudste en meest fascinerende vragen van de mensheid: Wat gebeurt er met ons bewustzijn als we sterven? Waar de meeste wetenschappers en artsen het verschijnsel van bijna-doodervaringen (BDE) afdoen als hallucinaties van een zuurstofarm brein, veranderde de visie van de Amerikaanse neurochirurg Dr. Eben Alexander op een dramatische manier toen hij zelf in de diepten van de dood belandde.
Dr. Eben Alexander, opgeleid aan Harvard en jarenlang werkzaam als gerespecteerd hersenchirurg, geloofde nooit in verhalen over de ziel, de hemel of een leven na de dood. Voor hem was het bewustzijn simpelweg een bijproduct van de complexe chemische processen in onze hersenen.
Totdat in 2008 het ondenkbare gebeurde.
De Ziekte die Alles Veranderde: Een Zeldzame Bacterie
In november 2008 werd Dr. Alexander getroffen door een extreem zeldzame en agressieve vorm van bacteriële meningo-encefalitis (hersenvliesontsteking veroorzaakt door de E. coli-bacterie). De bacterie drong door in zijn ruggenmergvocht en begon in een razend tempo de buitenste laag van zijn hersenen — de neocortex — aan te tasten.
Binnen enkele uren raakte hij in een diepe coma. Medische scans en tests lieten zien dat zijn neocortex, het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor gedachten, herinneringen, taal en menselijk bewustzijn, vrijwel volledig was uitgeschakeld.
Zijn kans op overleven werd door collega-artsen geschat op minder dan 2%, en de kans op enig herstel van zijn verstandelijke vermogens werd vrijwel nihil geacht. Na zeven dagen in coma leek het medische team aan het einde van de mogelijkheden te zijn gekomen.