DEEL 2
Mason Harris had in zijn leven geleerd om niemand te vertrouwen.
Maar toen hij naar de jongen keek, zag hij iets wat hij onmiddellijk herkende.
Geen hebzucht.
Geen bedrog.
Angst.
De angst van iemand die al te veel had verloren en wist dat hij misschien de volgende zou zijn.
‘Hoe heet je?’ vroeg Mason.
‘Noah, meneer. Noah Bennett.’
‘En je vader?’
‘Thomas Bennett. Hij werkte als tuinman op uw landgoed.’
Mason fronste.
De naam kwam hem bekend voor.
Een stille man van middelbare leeftijd, die jarenlang de tuinen van zijn villa had onderhouden. Hij herinnerde zich dat zijn huishoudster enkele maanden geleden had gemeld dat Thomas plotseling ontslag had genomen.
Tenminste, dat was wat hem was verteld.
‘Je vader is verdwenen,’ zei Mason langzaam.
Noah schudde zijn hoofd.
‘Nee, meneer. Mijn vader is niet verdwenen. Ze hebben hem vermoord.’
Lila trok zachtjes aan Masons mouw.
‘Papa, waarom klinkt die jongen zo verdrietig?’
Mason knielde naast haar neer.
‘Het komt goed, prinses. Ik moet alleen even met hem praten.’
Hij wenkte een van zijn lijfwachten.
‘Breng Lila naar de auto. Blijf bij haar. Laat niemand in haar buurt komen.’
Toen zijn dochter veilig weg was, draaide hij zich naar Noah.
‘Vertel me alles. Vanaf het begin.’
Noah ging op het bankje zitten. Zijn handen trilden.
‘Mijn vader werkte al bijna acht jaar voor uw familie. Hij was trots op zijn baan. Hij zei altijd dat u streng was, maar dat u mensen die eerlijk voor u werkten nooit in de steek liet.’
Mason zweeg.
‘Zes maanden geleden mocht ik hem tijdens de schoolvakantie helpen. We waren bezig in de tuin van uw vakantiehuis aan het Comomeer. U was teruggevlogen voor een zakelijke bijeenkomst, maar uw vrouw en Lila bleven nog enkele dagen.’
Mason herinnerde zich die reis.
Zijn vrouw Vanessa had erop aangedrongen dat Lila langer in Italië zou blijven om van het mooie weer te genieten.
Een week later begon het meisje over wazig zicht te klagen.
‘Ga verder,’ zei Mason.
‘Op een avond werkte mijn vader bij het terras. Ik was achter de heg gevallen en zocht mijn telefoon. Toen hoorden we stemmen uit de studeerkamer.’
Noah slikte.
‘Uw vrouw sprak met een man die ze Victor noemde.’
Masons ogen vernauwden zich.
Victor Moretti.
Zijn grootste rivaal.
Een man die jaren geleden had gezworen alles van hem af te nemen.
‘En?’ vroeg Mason.
‘Ze hadden het over Lila.’
Noah keek naar zijn handen.
‘Uw vrouw zei dat de eerste doses hun werk deden. Dat de artsen voorlopig niets zouden ontdekken. Ze zei dat u binnenkort zo druk zou zijn met uw dochter dat u nergens anders meer op zou letten.’
Mason voelde een ijskoude woede opkomen.
‘Welke doses?’
‘Ik weet niet precies wat het was. Mijn vader hoorde iets over een vloeistof die aan haar dagelijkse medicatie werd toegevoegd. Iemand had ervoor gezorgd dat de klachten op een zeldzame ziekte leken.’
Mason herinnerde zich plotseling iets.
Lila had vóór de reis naar Italië een lichte allergie gehad. Vanessa had erop aangedrongen dat ze iedere avond een speciaal voorgeschreven drankje kreeg.
Zij had de medicijnen altijd zelf beheerd.
‘Waarom heeft je vader me niets verteld?’
‘Hij wilde het doen.’
Noahs stem brak.
‘Maar de volgende ochtend stond er een zwarte auto voor ons huis. Twee mannen namen hem mee. Die avond kwam hij terug met een gebroken arm en een bebloed gezicht.’
Mason balde zijn vuisten.
‘Wat zei hij?’
‘Dat we moesten verdwijnen. Meteen.’
Noah veegde haastig een traan weg.
‘Hij gaf me een oude telefoon en een envelop. Hij zei dat ik naar mijn tante moest gaan en niemand mocht vertrouwen. Hij beloofde dat hij later zou komen.’
‘Maar hij kwam niet.’
‘Nee.’
De jongen keek Mason aan.
‘Twee dagen later vond de politie zijn lichaam bij de rivier. Ze zeiden dat hij verdronken was.’
Mason kende die plek.
Er werden daar wel vaker lichamen gevonden.
‘Wat stond er in die envelop?’
Noah trok zijn rugzak naar voren.
‘Dat is het belangrijkste.’
Hij haalde een klein, versleten notitieboekje tevoorschijn.
Daarna een USB-stick.
‘Mijn vader heeft een deel van hun gesprek opgenomen. En hij heeft de naam opgeschreven van de arts die hen hielp.’
Mason staarde naar de voorwerpen.
‘Waarom heb je dit niet aan de politie gegeven?’
‘Omdat de agent die ons kwam vertellen dat mijn vader dood was, dezelfde man was die ik twee dagen eerder bij uw vrouw had gezien.’
Mason voelde een koude rilling langs zijn rug lopen.
Het verraad zat veel dieper dan hij had gedacht.
‘Wat wil je van mij, Noah?’
De jongen keek hem recht aan.
‘Ik wil dat de mensen die mijn vader hebben vermoord worden berecht. Mijn moeder ligt in het ziekenhuis. Ze heeft medicijnen nodig die we niet kunnen betalen. En ik wil werk, zodat ik haar later zelf kan helpen.’
Mason bleef lange tijd stil.
Toen stak hij zijn hand uit.
‘Je moeder krijgt de beste medische zorg die beschikbaar is. Jij krijgt een veilige plek om te wonen en kunt gewoon naar school blijven gaan. En ik zal ervoor zorgen dat de dood van je vader wordt onderzocht.’
Noah keek ongelovig naar zijn uitgestoken hand.
‘Belooft u dat?’
‘Op mijn woord.’
De jongen schudde zijn hand.
Mason pakte vervolgens zijn telefoon.
‘Daniel, luister goed. Niemand mag weten waar ik ben. Regel onmiddellijk een onafhankelijk toxicologisch onderzoek voor Lila. Laat haar huidige medicijnen veiligstellen. En zoek alles uit over Thomas Bennett.’
Aan de andere kant bleef het even stil.
‘Is er iets gebeurd, baas?’
Mason keek naar Noah.
‘Ja.’
Zijn stem klonk gevaarlijk kalm.
‘Ik denk dat iemand al zes maanden probeert mijn dochter te vergiftigen.’