“Mijn neef heeft vannacht geprobeerd documenten in de kamer van Laura en Toby te verstoppen.”
Richard was onmiddellijk wakker.
“Welke documenten?”
“Een kopie van mijn testament.”
Stilte.
“En?”
“Pillen.”
Langere stilte.
“Raak niets aan.”
“Dat was ik niet van plan.”
“Heb je beveiligingscamera’s?”
“Buiten. En in de centrale gangen. Niet in slaapkamers.”
“Goed. Bewaar de beelden. Bel nog niemand anders.”
Alexander keek naar de gesloten doos.
“Richard?”
“Ja?”
“Ik wil vandaag mijn testament herzien.”
Zijn advocaat zweeg.
“Vanwege wat Julian heeft gedaan?”
“Nee.”
Alexander keek door het raam naar de ochtendzon boven zijn tuin.
“Vanwege wat ik eindelijk over mijn familie begrijp.”
Een uur later zat Laura tegenover hem in de keuken.
Toen Alexander haar vertelde wat Toby had gezegd, werd ze lijkbleek.
“Ik heb die doos nog nooit gezien.”
“Ik weet het.”
“Alexander, ik zweer het—”
“Ik weet het.”
“Maar als Julian zegt dat ik hem heb meegenomen…”
“Daarom heb ik de beveiligingsbeelden opgeslagen.”
Ze staarde hem aan.
“Beelden?”
“De gangcamera registreerde Julian om 23.48 uur.”
Alexander draaide zijn laptop naar haar toe.
Op het scherm liep Julian door de gang.
De houten doos zat onder zijn arm.
Een minuut later verdween hij richting de logeerkamer.
Vier minuten daarna kwam hij zonder doos terug.
Laura sloeg een hand voor haar mond.
“Waarom zou hij dit doen?”
Alexander wist het antwoord.
“Om jou verdacht te maken.”
“Van diefstal?”
“Waarschijnlijk meer dan dat.”
Hij dacht aan de pillen.
Als er later iets met hem was gebeurd en de politie de medicijnen samen met zijn testament in Laura’s kamer had gevonden, zou het verhaal bijna vanzelf zijn geschreven.
Een terminaal zieke miljonair.
Een kwetsbare onbekende vrouw.
Een mogelijk gewijzigde erfenis.
Medicijnen.
Diefstal.
Misschien erger.
“Je moet hier weg,” zei Alexander.
Laura werd stil.
Hij zag onmiddellijk hoe ze zijn woorden interpreteerde.
“Niet jij.”
Ze keek op.
“Ik bedoel Julian.”
Nog diezelfde ochtend kwam Richard naar het huis.
Hij bracht een collega mee die gespecialiseerd was in nalatenschappen en financiële geschillen.
Ze bekeken de beelden.
Fotografeerden de doos waar hij stond.
Legden vast wat erin zat.
En adviseerden Alexander contact op te nemen met de politie vanwege het mogelijke plaatsen van eigendommen en medicatie met kennelijk misleidende bedoelingen.
De pillen bleken uiteindelijk zware pijnstillers te zijn uit Alexanders eigen medicijnkast.
Hij had ze na zijn diagnose voorgeschreven gekregen maar nauwelijks gebruikt.
Toen hij zijn kast controleerde, ontbrak precies dezelfde verpakking.
Julian had toegang tot het huis gehad.
En hij kende de code van de achterdeur.
Alexander liet die code onmiddellijk veranderen.
Daarna belde hij zijn neef.
“Kun je vanmiddag langskomen?”
Julian klonk tevreden.
“Natuurlijk.”
“Alleen.”
“Is er iets?”
“We moeten over mijn testament praten.”
Julian was er binnen veertig minuten.
Laura en Toby waren ondertussen naar een sollicitatiegesprek van Laura.
Richard zat in Alexanders kantoor, buiten het zicht vanuit de woonkamer.
Alexander zat in zijn gebruikelijke stoel.
De houten doos stond op de salontafel.
Toen Julian hem zag, stopte hij.
Slechts een fractie van een seconde.
Maar Alexander zag het.
“Herken je hem?”