DEEL 2
De vrouw keek van de ene arts naar de andere.
“Wat bedoelt u?”
De jongste arts trok langzaam zijn handschoenen uit.
Zijn naam was dokter Van Dalen.
Hij had die ochtend al twee bevallingen begeleid en dacht aanvankelijk dat hij gewoon met een uitzonderlijk late zwangerschap te maken had.
Maar nu keek hij naar de echo.
Nog een keer.
Toen naar de vrouw op het bed.
“Mevrouw, wie heeft uw zwangerschap gevolgd?”
“Dokter Meijer.”
“Vanaf het begin?”
“Ja.”
“Alle negen maanden?”
Ze knikte.
Dokter Van Dalen keek naar zijn collega.
“Hebben we de oude dossiers?”
Een verpleegkundige antwoordde:
“Ze zijn onderweg.”
De vrouw werd onrustig.
“Is er iets mis met mijn baby?”
Niemand wilde haar meteen antwoorden.
Dat maakte haar bang.
“Zeg het gewoon.”
De oudere arts kwam dichterbij.
“Mevrouw, op dit moment zien we geen baby.”
Ze staarde hem aan.
Alsof hij een taal sprak die ze niet begreep.
“Wat?”
“Op de echo zien we geen foetus.”
Ze begon te lachen.
Niet omdat het grappig was.
Omdat haar hersenen weigerden te verwerken wat ze hoorde.
“Dat is onmogelijk.”
De arts bleef rustig.
“Daarom willen we alles opnieuw controleren.”
“Mijn buik is negen maanden gegroeid.”
“Dat zien we.”
“Ik voelde beweging.”
“Dat geloof ik.”
“Mijn testen waren positief.”
“Dat kan ook kloppen.”
“Dus waar is mijn kind?”
Niemand antwoordde.
De kamer voelde plotseling te klein.
De vrouw greep naar haar buik.
Haar naam was Johanna de Wit.
Vijfenzestig jaar oud.
Weduwe.
Geen kinderen.
En negen maanden lang had ze geloofd dat er eindelijk iets in haar leven was gebeurd waarvoor ze tientallen jaren had gebeden.
Nu stond een arts voor haar en zei dat hij geen baby kon vinden.
“Doe de echo opnieuw.”
Dat deden ze.
Een andere machine.
Een andere arts.
Daarna bloedonderzoek.
Nog meer scans.
Twee uur later kwam dokter Van Dalen terug.
Hij ging zitten.
Dat was het moment waarop Johanna wist dat het nieuws slecht was.
Artsen gaan vaak zitten wanneer ze iets moeten zeggen wat niet snel gezegd kan worden.
“Mevrouw De Wit…”
“Waar is mijn baby?”
Hij vouwde zijn handen.
“U bent niet zwanger.”
Ze keek hem aan.
Geen reactie.
Hij vervolgde:
“U bent ook de afgelopen maanden waarschijnlijk niet zwanger geweest.”
Ze trok haar hoofd terug.
“Nee.”
“Het spijt me.”
“Nee.”
“Uw buik is vergroot door een massa in uw buikholte.”
Haar vingers klemden zich om het laken.
“Een massa?”
“We denken aan een groot ovariumgezwel, mogelijk in combinatie met vochtophoping.”
Ze schudde haar hoofd.
“Nee. Ik heb een hartslag gehoord.”
Dokter Van Dalen keek naar het dossier dat inmiddels voor hem lag.
“Dat is een van de dingen die we proberen te begrijpen.”
Johanna begon harder te ademen.
“Dokter Meijer liet me de hartslag horen.”
“Wanneer voor het laatst?”
“Vorige maand.”
“Was er een beeld op de echo?”
“Hij zei dat de positie van de baby slecht was.”
De artsen keken elkaar aan.
Johanna zag het.
“Wat?”
Dokter Van Dalen bladerde door de oude stukken.
Er zaten nauwelijks officiële echo-afdrukken in.
Geen reguliere zwangerschapsmetingen.
Geen standaard groeicurves.
Geen verslagen van gespecialiseerde prenatale controles.
Bij een vijfenzestigjarige zwangere vrouw had het dossier dik moeten zijn.
Dit dossier was opvallend dun.
“Waar heeft dokter Meijer u behandeld?”
“In zijn privépraktijk.”
“Bent u ooit naar een ziekenhuis verwezen?”
“Nee.”
“Ook niet vanwege uw leeftijd?”
“Hij zei dat stress slecht was voor de baby.”
De oudere arts liet langzaam zijn adem ontsnappen.
“En de positieve zwangerschapstesten?”
“Hij deed bloedonderzoek.”
“Hebt u de uitslagen gezien?”
“Nee. Hij vertelde me dat ze positief waren.”
Dokter Van Dalen keek weer naar het dossier.
“Hebt u zelf thuistesten gedaan?”
“Ja.”
“Hoeveel?”
“Drie.”
“En die waren positief?”
“Twee streepjes.”
Dat kon.
Sommige medische aandoeningen kunnen hormoonwaarden beïnvloeden.
Bepaalde tumoren kunnen stoffen produceren die zwangerschapstesten positief maken.
Maar dat verklaarde nog niet alles.
Niet de negen maanden.
Niet de vermeende controles.
Niet de hartslag.
Niet waarom geen enkele andere specialist haar had gezien.
Johanna keek naar de arts.
“Zegt u dat ik me dit allemaal heb ingebeeld?”