In de zomermaanden duikt het woord ‘muggen’ overal op, maar soms krijgt zo’n alledaagse ergernis ineens een serieuze lading. In Nederland is een infectie met het westnijlvirus vastgesteld bij iemand die later in het ziekenhuis is overleden.
Het gaat om een patiënt uit de provincie Utrecht, meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Over de identiteit of verdere details wordt niets gedeeld, uit privacyoverwegingen en uit respect voor de nabestaanden.
Wat er nu bekend is
Volgens het RIVM is de patiënt in een ziekenhuis overleden aan de gevolgen van westnijlkoorts, de ziekte die door het westnijlvirus kan worden veroorzaakt. De besmetting is in Nederland opgelopen, en dat maakt het nieuws extra opvallend.
Een woordvoerder van het RIVM liet weten dat er momenteel nog drie patiënten in het ziekenhuis liggen met een westnijlinfectie. Tegelijk benadrukt het gezondheidsinstituut dat de kans om in Nederland besmet te raken en daarna ziek te worden nog steeds erg klein is.
Waarom dit virus ineens weer opduikt
Het westnijlvirus komt van nature voor bij vogels. Muggen kunnen het oppikken wanneer ze bloed drinken van een besmette vogel. Vooral de gewone huissteekmug speelt daarbij een belangrijke rol, omdat die dicht bij mensen leeft.
Als zo’n mug daarna iemand prikt, kan het virus worden overgedragen. Niet iedereen wordt daar ziek van, maar het kan wel. Mensen en paarden kunnen klachten krijgen, maar zij verspreiden het virus vervolgens niet verder.
Waar het virus in Nederland is gevonden
In 2026 is het westnijlvirus tot nu toe aangetroffen in Utrecht, Noord-Brabant en Zuid-Holland. Dat betekent niet automatisch dat het daar ook overal rondgaat, maar wel dat er aanwijzingen zijn dat het virus in die gebieden aanwezig is.
Het RIVM sluit niet uit dat het westnijlvirus ook in andere delen van Nederland voorkomt. Daarom zijn artsen in het hele land gevraagd om alert te zijn, zeker bij klachten die bij westnijlkoorts zouden kunnen passen.
Van geen klachten tot ernstige ziekte
Bij de meeste mensen blijft een besmetting onopgemerkt. Ongeveer 80 procent krijgt helemaal geen symptomen. Dat maakt het virus lastig te ‘zien’, omdat er vaak niets aan de hand lijkt.
Bij ongeveer 19 procent ontstaan griepachtige klachten, zoals koorts, spierpijn en vermoeidheid. In ongeveer 1 procent van de gevallen kunnen neurologische klachten ontstaan, bijvoorbeeld door een ontsteking van de hersenen of hersenvliezen.
Wie extra risico loopt
Niet iedereen loopt dezelfde kans om ernstig ziek te worden. Vooral mensen boven de 50 jaar en mensen met een verminderde weerstand (bijvoorbeeld door ziekte of medicijngebruik) hebben een grotere kans op complicaties.