Eerste supercomputer voorspelt wanneer de mensheid op aarde mogelijk uitsterft (en dat is schrikken)

De zon zal onze planeet pas over miljarden jaren verzwelgen, maar veel eerder liggen menselijke risico’s op de loer: oorlog, pandemieën en vooral klimaatverandering. Supercomputers geven ons intussen ongekende blik op de verre toekomst—en verrassend nuttige inzichten voor vandaag.

Supercomputersimulatie

Onderzoekers van de Universiteit van Bristol voerden een gigantisch rekenexperiment uit. Ze voerden gegevens over klimaat, platentektoniek, oceaanchemie en aardse levensprocessen in, en lieten supercomputers door miljoenen jaren aan scenario’s razen om onze verre leefbaarheid te doorgronden.

Het doel was niet doemdenken, maar begrijpen. Wanneer zouden omstandigheden zo extreem worden dat zoogdieren—onszelf inbegrepen—niet langer genoeg warmte kunnen afvoeren, voedsel kunnen verbouwen of water kunnen vinden? Het antwoord is schokkend én geruststellend tegelijk: extreem ver weg.

Nieuwe wereldkaart

Door de trage schuifpuzzel van tektonische platen klonteren continenten in de komende honderden miljoenen jaren samen. Het resultaat heeft al een naam: Pangea Ultima, een supercontinent dat oceaanranden samenperst en enorme binnenlanden overhoudt, ver verwijderd van verkoelende zeewinden.

Die geografie telt enorm. Land dat diep landinwaarts ligt, warmt sterker op en koelt trager af, omdat zeeën de temperatuur niet meer dempen. Dat zogenoemde continentaliteitseffect maakt het klimaat grilliger, droger en heter, precies waar zoogdieren slecht tegen kunnen.

Hitte neemt toe

Volgens de simulatie krijgt Pangea Ultima een drievoudige dreun: die versterkte continentaliteit, een iets hetere zon en hogere CO2‑concentraties. Samen jagen ze temperaturen op naar 40 à 50 graden, met uitschieters daarboven en vochtige lucht die afkoeling frustreert.

Zweet werkt alleen als het kan verdampen. Bij hoge hitte én hoge luchtvochtigheid raakt dat koelsysteem overbelast, waardoor de zogenaamde natteboltemperatuur gevaarlijk stijgt. Dan kan zelfs een rustend mens in de schaduw zijn warmte nauwelijks nog kwijt.