Wie de Nederlandse politiek een beetje volgt, weet: peilingen zijn geen verkiezingsuitslag, maar ze geven wél haarfijn aan waar de beweging zit. In de nieuwste peiling van Maurice de Hond, gepubliceerd op 28 augustus 2026, valt vooral op dat de verschuivingen klein lijken, maar onder de motorkap best veel zeggen.
De partijen zijn door De Hond opnieuw ingedeeld in drie herkenbare blokken: links, midden en rechts. Die blokken schuiven nauwelijks in totaalzetels, maar intern gebeurt genoeg om zenuwachtig van te worden—zeker bij partijen die leunen op een stevig centrum.
Hoe de politieke blokken zijn opgebouwd
De peiling deelt partijen in op politieke oriëntatie. Links bestaat uit SP, PvdD, PRO, DENK, Volt en D66. Het midden wordt gevormd door CU, CDA, 50PLUS en VVD.
Rechts omvat BBB, de partij van Mona Keijzer en JA21. Ook SGP, PVV en FVD worden bij dit blok gezet. Die indeling maakt meteen zichtbaar waar groei zit, en waar juist verlies.
De stand van zaken in zetels
In de peiling van 28 augustus 2026 komt het linkse blok uit op 57 zetels. Dat is een stijging van één zetel vergeleken met de meting van 1 augustus, en daarmee de enige plus.
Het middenblok zakt naar 35 zetels en levert dus één zetel in. Het rechtse blok blijft staan op 58 zetels. Op papier verandert er weinig, maar de onderlinge verhoudingen blijven knagen.
Waarom die kleine verschuiving toch groot voelt
Een zetel winst of verlies klinkt bescheiden, maar in een versplinterd landschap kan dit het verschil maken tussen comfortabel onderhandelen of continu op zoek moeten naar extra steun. Zeker voor partijen rond het midden.
Het beeld dat ontstaat: links wint nét wat terrein, het midden brokkelt iets af, en rechts blijft in totaal gelijk. Dat is geen politieke aardbeving, maar wel een signaal over waar vertrouwen groeit.