Wie weinig of geen eigen inkomen heeft, gaat er vaak vanuit dat de belastingaangifte vooral een formaliteit is. Toch kan er juist in die situatie geld terugkomen, maar dan via een route die veel mensen niet (meer) scherp hebben: de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende fiscale partner.

Dat klinkt technisch, en dat is het ook een beetje. Maar de uitkomst is praktisch: in sommige huishoudens kan het om een paar honderd tot zelfs een paar duizend euro per jaar gaan. Alleen: niet iedereen komt ervoor in aanmerking, en het bedrag is zelden precies dat mooie maximum dat je ergens voorbij ziet komen.
Waarom dit vooral speelt bij éénverdieners
Deze regeling is vooral relevant voor stellen waarbij één partner het grootste deel van het inkomen binnenbrengt. Denk aan iemand die jarenlang voor de kinderen zorgde, eerder stopte met werken of alleen nog een klein bedrag bijverdient. Dan ontstaat snel het idee: “Ik betaal toch geen belasting, dus ik kan ook niets terugkrijgen.”
Maar bij fiscale partners werkt het net even anders. In bepaalde gevallen kan een korting die je zelf niet kunt “opmaken” (omdat je te weinig belasting betaalt) toch leiden tot een uitbetaling. Daarbij telt niet alleen jouw inkomen mee, maar ook hoeveel belasting je partner afdraagt.
Hoe een korting toch geld op de rekening kan worden
Normaal gesproken verlaagt een heffingskorting de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen die je verschuldigd bent. Heb je weinig inkomen, dan is er ook weinig belasting om te verlagen. Daardoor blijft een deel van de korting ongebruikt liggen. Voor een specifieke groep belastingplichtigen kan dat ongebruikte deel toch worden uitbetaald.
De belangrijkste voorwaarde: je partner moet voldoende belasting betalen, zodat er “ruimte” is om jouw niet-benutte korting alsnog te verrekenen. Daarnaast geldt in principe dat je in het aangiftejaar langer dan zes maanden dezelfde fiscale partner hebt. Bij overlijden ligt dat anders: dan kan er een uitzondering gelden.
De harde grens: geboren vóór 1 januari 1963
Hier zit het grootste struikelblok, en meteen ook het grootste verschil tussen huishoudens die verder op elkaar lijken. Ben je geboren vóór 1 januari 1963, dan kun je in 2026 nog in aanmerking komen voor uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner. Ben je later geboren, dan is deze route afgesloten.