Fikse teruggave voor deze specifieke groep Nederlanders en de Belastingdienst betaalt uit zichzelf

Handig bij hulp: stel een gerichte vraag

Veel mensen laten hun aangifte invullen door een familielid, boekhouder of iemand “die er handig in is”. Prima, maar stel dan niet alleen de vraag of alles goed staat. Vraag specifiek of de uitbetaling van de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner is meegenomen en wat dat oplevert.

Zo krijg je een concreet antwoord in plaats van een geruststellend knikje. En je voorkomt dat je pas na de definitieve aanslag ontdekt dat er iets gemist is, of dat de verwachtingen niet kloppen met de regels die voor jouw geboortejaar gelden.

Elke maand geld ontvangen? Dan gaat het via een voorlopige aanslag

Wie niet wil wachten tot na de jaarlijkse aangifte, kan soms gedurende het jaar al geld terugkrijgen via een voorlopige aanslag. Dat is in feite een voorschot op basis van een inschatting. Na afloop van het jaar wordt alles verrekend met de definitieve aanslag.

Juist daarom is het slim om wijzigingen meteen door te geven. Denk aan een nieuw pensioenbedrag, een tijdelijke baan, of een partner die halverwege het jaar stopt met werken. Gebruik bij een nieuwe schatting het verwachte jaarinkomen: salaris van de eerste maanden én het pensioen daarna, niet alleen “het nieuwe bedrag keer twaalf”.

Wat je hier vandaag al mee kunt doen

Als je denkt dat deze regeling op jou van toepassing kan zijn, begin dan bij de basis: check het geboortejaar (vóór 1963), kijk of je fiscale partner voldoende belasting betaalt, en pak er een recente aanslag of berekening bij. Dan zie je snel of er eerder al iets is uitbetaald.

En heb je een wijziging in inkomen of pensioen in het vooruitzicht? Dan loont het om nu alvast een proefberekening te maken of de voorlopige aanslag bij te stellen. Zo voorkom je dat je later moet terugbetalen of juist geld laat liggen. Laat op onze sociale media vooral weten: krijg jij deze heffingskorting nog uitbetaald, of is het bij jou juist veranderd?