Een uitgebreidere online berekening kan iets hoger uitvallen. In het voorbeeld komt de maximale hypotheek uit op ongeveer 226.328 euro. Het precieze bedrag verschilt per rente en persoonlijke situatie. Toch blijft het verschil met 506.000 euro enorm.
| Alleenstaande met modaal inkomen | Bedrag |
|---|---|
| Bruto jaarinkomen | € 48.000 |
| Geschatte maximale hypotheek | € 226.328 |
| Gemiddelde verkoopprijs | € 506.000 |
| Verschil | € 279.672 |
Een alleenstaande zou in dit voorbeeld bijna 280.000 euro zelf moeten meenemen. Voor de meeste starters is dat onmogelijk. Zij hebben meestal nog geen woning verkocht en beschikken dus niet over overwaarde. Ook hebben weinig starters zulke grote spaarbedragen beschikbaar.
Daarnaast komen er nog kosten bij de aankoop. Denk aan de notaris, taxatie en hypotheekadvies. Ook overdrachtsbelasting kan gelden wanneer iemand geen vrijstelling krijgt. Deze kosten kunnen meestal niet volledig worden meegefinancierd.
Een hypotheek mag normaal gesproken niet hoger zijn dan de waarde van de woning. Kosten bovenop de woningprijs moeten daarom uit eigen middelen worden betaald. Ook bij overbieden kan extra spaargeld nodig zijn. Dat gebeurt wanneer de taxatiewaarde lager uitvalt dan het bod.
Ook tweeverdieners hebben eigen geld nodig
Met twee modale inkomens ziet de situatie er beter uit. Samen verdienen de kopers in dit voorbeeld 96.000 euro bruto per jaar. Volgens de vuistregel kunnen zij ongeveer 432.000 euro lenen. Een online rekentool komt uit op ongeveer 452.656 euro.
| Tweeverdieners met modaal inkomen | Bedrag |
|---|---|
| Gezamenlijk bruto jaarinkomen | € 96.000 |
| Geschatte maximale hypotheek | € 452.656 |
| Gemiddelde verkoopprijs | € 506.000 |
| Verschil | € 53.344 |
Zelfs met twee modale inkomens blijft een tekort van ruim 53.000 euro over. Daarbij zijn de bijkomende aankoopkosten nog niet meegenomen. Het huishouden heeft dus waarschijnlijk nog meer eigen geld nodig.
Dat bedrag kan afkomstig zijn uit spaargeld. Ook een schenking van ouders kan helpen. Doorstromers kunnen vaak de overwaarde van hun vorige woning gebruiken. Starters hebben die mogelijkheid meestal niet. Daardoor staat deze groep vanaf het begin op achterstand.
Een woning hoeft natuurlijk niet precies 506.000 euro te kosten. Het gaat om een gemiddelde binnen de NVM-cijfers. In sommige provincies en gemeenten liggen de prijzen lager. Ook kleinere appartementen en kluswoningen kunnen goedkoper zijn.
Toch zegt het gemiddelde wel iets over de algemene betaalbaarheid. Veel woningen in populaire plaatsen kosten inmiddels meer dan een modaal huishouden kan lenen. Kopers moeten daarom uitwijken naar een andere regio. Ook stellen zij hun wensen vaak naar beneden bij.
Spaargeld wordt steeds belangrijker
De cijfers maken duidelijk dat eigen vermogen een steeds grotere rol speelt. Een goed salaris opent nog altijd veel deuren. Toch is het vaak niet voldoende om een gemiddelde woning te kopen. Zonder spaargeld, overwaarde of hulp van familie blijft een groot financieel gat bestaan.
Voor alleenstaanden is de situatie het moeilijkst. Zij moeten alle woonlasten met één inkomen dragen. Tegelijk concurreren zij met stellen die twee salarissen kunnen inzetten. Daardoor kunnen tweeverdieners vaak een hoger bod doen.
Ook voor stellen is kopen echter niet eenvoudig. Een gezamenlijk modaal inkomen klinkt ruim. Toch blijft bij een gemiddelde verkoopprijs meer dan 50.000 euro ontbreken. Daarbovenop komen nog de kosten rond de aankoop en hypotheek.
Kopers moeten daarnaast voorkomen dat zij al hun spaargeld gebruiken. Na de aankoop kunnen onverwachte uitgaven ontstaan. Denk aan onderhoud, een kapotte cv-ketel of hogere maandlasten. Een financiële buffer blijft daarom belangrijk.
De woningmarkt biedt inmiddels wel meer keuze. Het grotere aanbod kan de positie van kopers langzaam verbeteren. Zij krijgen vaker tijd om een woning te bekijken. Toch blijft de vraag groot en zijn prijzen nog altijd hoog.
Voor starters en alleenstaanden blijft het daarom een harde markt. Een gemiddelde woning kopen vraagt inmiddels een zeer hoog inkomen. Anders is veel eigen geld noodzakelijk. Voor veel Nederlanders blijft een doorsnee koopwoning daardoor voorlopig buiten bereik.
