Ik begon het huis kamer voor kamer te doorzoeken. Ik trok het dressoir compleet leeg. Ik haalde alle lades eruit, keek erachter met de zaklamp van mijn telefoon om te zien of het document misschien achter het houtwerk was gegleden. Niets.
Ik liep naar de kamer van Lotte. Haar speelgoedkisten werden omgekeerd, de kussens van haar bed losgerukt. Lotte stond in de hoek van de kamer, haar kleine handjes vastgeklemd om de riem van haar knuffelbeer.
"Mama, gaan we niet meer naar het vliegtuig?" vroeg ze met grote, angstige ogen.
Ik buukte me neer, pakte haar gezichtje in mijn handen en kuste haar voorhoofd. "Jawel, schatje. We zoeken alleen even het boekje van jou. Ga maar beneden een tekening maken met oma."
Terwijl Lotte naar beneden liep, vervolgde ik mijn zoektocht. Ik doorzocht de kasten in de gang, de jassen, de schoenendoos in de kast, de prullenbakken. Niets.
Vervolgens liep ik naar de logeerkamer op de eerste verdieping. De kamer waar Martha de afgelopen nacht had geslapen.
Toen ik de deur openduwde, hoorde ik snelle voetstappen achter mij.
"Wat doe je in mijn kamer?" vroeg Martha. Ze stond achter mij op de overloop, haar gezicht strak en haar ogen samengeknepen tot twee smalle spleten.
"Het is mijn huis, Martha. En ik zoek het paspoort van mijn dochter."
"Dit is mijn privacy! Je gaat niet in mijn persoonlijke spullen snuffelen!" zei ze, terwijl ze een stap naar voren deed om de deur te blokkeren.
Dat was het moment dat mijn onderbuikgevoel veranderde in een absolute zekerheid.
Een onschuldig persoon die beschuldigd wordt, reageert met verontwaardiging of behulpzaamheid. Maar de felheid waarmee Martha de toegang tot de logeerkamer probeerde te weigeren, verraadde haar.
"Daan!" schreeuwde ik naar beneden. "Kom nu naar boven!"
Daan kwam de trap op gesneld, zijn gezicht rood van de stress en het zweet. "Wat is er aan de hand?"
"Jouw moeder wil niet dat ik de logeerkamer doorzoek," zei ik, terwijl ik Martha strak keek aan. "Als ze niets te verbergen heeft, waarom mag ik dan niet in deze kamer kijken?"
"Omdat er grenzen zijn aan hoe je met mij omgaat!" roep Martha met overslaande stem. "Ik ben jouw moeder, Daan! Laat je toe dat deze vrouw mij behandelt als een crimineel? Na alles wat ik voor jullie heb gedaan?"
Daan keek van zijn moeder naar mij. Ik zag de pijn in zijn ogen. Het was de klassieke strijd die hij zijn hele leven al voerde: de loyaliteit aan de dominante moeder die hem alleen had opgevoed, tegenover de liefde voor zijn eigen gezin.
"Ma..." zei Daan zacht. "Laat ons gewoon even kijken. Als het er niet ligt, weten we dat zeker en kunnen we verder zoeken."
"Nee!" zei Martha hard. "Als jullie mij niet vertrouwen, dan hoor ik hier niet te zijn. Ik pak mijn spullen en ik ga naar huis!"
Ze draaide zich om, stapte de logeerkamer binnen en greep haar grote lederen handtas die op het opgemaakte bed lag.