HIJ DWONG MIJ VOOR HET ALTAAR MIJN MILJARDENIMPERIUM AF TE STAAN

DEEL 7 — Bastiaans Laatste Bezoek

Hij kwam niet naar mijn appartement.

Daar stond beveiliging.

Hij kwam niet naar mijn vader.

Daar zou hij niet voorbij de poort zijn gekomen.

Hij kwam naar Rotterdam-West.

Naar het hotel waar ik begon.

Dat was bedoeld als gebaar, denk ik. Of als manipulatie. Bij Bastiaan was het verschil meestal alleen de verpakking.

Ik zat in de personeelskantine met Rachida toen Karim belde.

"Hij staat in de lobby."

Rachida stond meteen op.

"Ik laat hem verwijderen."

"Nee," zei ik.

Zij keek me aan.

"Altijd met camera's," zei ze.

"Precies."

We spraken hem in vergaderkamer B. Glaswanden. Twee beveiligers buiten. Rachida naast mij. Evelien via luidspreker. Camera's aan.

Bastiaan zag er slechter uit dan in de kerk.

Niet zielig.

Alleen minder gepolijst.

"Sanne," zei hij.

"Je hebt tien minuten."

Hij legde geen bloemen op tafel.

Hij had geleerd.

"Ik wil dit stoppen."

"Dan beken."

Zijn gezicht verstrakte.

"Dat bedoel ik niet."

"Natuurlijk niet."

"Mijn moeder gaat kapot."

"Je moeder maakte een interviewscript vóórdat ze mij voor instabiel uitmaakte."

"Ze dacht dat ze mij beschermde."

"Van mij?"

"Van de vernedering."

Ik leunde achterover.

"Interessant hoe vaak jullie mensen beschermen tegen de gevolgen van jullie eigen daden."

Hij wreef over zijn gezicht.

"Ik was bang."

"Voor wat?"

"Alles verliezen."

Daar kwam eindelijk iets echts.

Niet mooi.

Maar echt.

"De landgoederen staan onder water. Mijn moeder heeft schulden. Alexander zei dat er een manier was om via jouw aandelen kredietruimte te krijgen. Eerst tijdelijk. Daarna zouden we het herstellen."

"Je bedoelt: nadat ik had getekend."

"Ik dacht dat jij het niet zou begrijpen."

"Nee. Je dacht dat ik het wél zou begrijpen als je het op tijd uitlegde, daarom koos je het altaar."

Hij sloot zijn ogen.

"Ik heb spijt van die klap."

"Van de klap of van de camera's?"

Hij zweeg.

Rachida's pen kraste over papier.

Ik keek naar hem, naar de man die ooit naast me in bed had gelegen en mijn haar uit mijn gezicht had gestreken. De man die mij thee bracht wanneer ik laat werkte. De man die glimlachte naar hotelpersoneel zolang hij dacht dat ze mij onbelangrijk maakten.

Was alles nep geweest?

Waarschijnlijk niet.

Dat maakte het erger.

Een leugen hoeft niet honderd procent vals te zijn om iemand kapot te maken. Soms is tien procent echte warmte genoeg om negentig procent controle te verbergen.

"Wat wil je precies?" vroeg ik.

"Een gezamenlijke verklaring. Dat er miscommunicatie was. Dat het huwelijk onder druk stond. Dat we allebei fouten maakten."

"Welke fout maakte ik?"

"Je had me niet publiek hoeven vernietigen."

Ik stond op.

"Daar is je antwoord."

"Sanne."

"Nee. Je wilde mijn handtekening toen ik publiek geen kant op kon. Ik gaf je dezelfde ruimte terug: publiek."

Hij werd rood.

"Je bent harder dan vroeger."

"Nee. Vroeger fluisterde mijn lichaam nee terwijl mijn mond ja zei. Nu werken ze samen."

Hij keek naar me alsof hij mij werkelijk niet meer herkende.

Dat was misschien het mooiste wat hij die dag deed.