Ik adopteerde de tienerjongen die al door 10 gezinnen was opgegeven

“Waar ben je?”

“Ik weet het niet.”

“Ben je gewond?”

“Nee.”

“Wie heeft je?”

Voordat hij kon antwoorden, klonk een mannenstem op de achtergrond.

Luke fluisterde:

“Mam, luister. Open de bestanden op de USB-stick niet.”

“Waarom?”

“Omdat ze niet over mijn moeder gaan.”

Mijn handen verstijfden rond het stuur.

“Waar gaan ze dan over?”

Luke begon te huilen.

“Over jouw kinderen.”

De verbinding kraakte.

“Luke, blijf aan de lijn!”

“Mam…”

“Ik kom je halen. Hoor je me? Ik vind je.”

“Dat weet ik.”

Toen zei hij iets waardoor mijn hele wereld opnieuw instortte.

“Maar er is iets wat ik je gisteren niet durfde te vertellen.”

“Wat?”

“Ik heb je kinderen gekend.”

Ik stopte midden op de parkeerplaats.

Alles om me heen leek stil te vallen.

“Wat zei je?”

“Voordat ze stierven.”

Mijn adem stokte.

“Luke… dat kan niet.”

“Jawel.”

“Hoe?”

Aan de andere kant hoorde ik een deur dichtslaan.

Luke begon sneller te praten.

“Je dochter kwam naar onze pleegzorgorganisatie. Ze zocht iemand.”

“Mijn dochter?”

“Ze zocht mijn moeder.”

Dat was onmogelijk.

Mijn dochter had Anna nooit gekend.

Voor zover ik wist, wist ze niet eens dat Anna bestond.

“Waarom?”

“Dat staat op de USB.”

“Luke, waar ben je?”

“Ik moet ophangen.”

“Nee!”

“Mam…”

Zijn stem brak.

“Wat er ook gebeurt, geloof niet wat ze je over mij vertellen.”

Toen werd de verbinding verbroken.

Ik bleef naar mijn telefoon staren.

Een seconde later verscheen er een bericht.

Een foto.

Luke zat op een stoel in een onbekende kamer.

Hij leefde.

Naast hem stond dezelfde man met grijs haar die voor ons huis had gestaan.

Onder de foto stond:

Breng de doos naar het adres dat we sturen. Kom alleen.

Daarna verscheen een tweede bericht.

Maar dat kwam van Luke’s nummer.

Slechts vier woorden:

KIJK ACHTER DE FOTO.

Mijn handen trilden toen ik Anna’s oude foto uit de doos pakte.

Ik draaide hem om.

Op de achterkant stond iets wat ik eerder niet had gezien.

Een datum.

De geboortedatum van Luke.

En daaronder twee namen.

De eerste was Anna’s naam.

De tweede…

…was de naam van mijn overleden man.

Ik voelde alle kracht uit mijn benen verdwijnen.

Want naast zijn naam stond één woord.

Vader.