IK LEGDE MIJN HUILENDE BABY OP DE BORST VAN EEN STERVENDE MILJONAIR

DEEL 12 — DE BEGRAFENIS DIE NIET DOORGING

Een van vreemdste dingen kwam maanden later.

Ik was in villa om laatste spullen te halen.

Reinout woonde inmiddels tijdelijk aangepast appartement dichter bij revalidatiecentrum.

De villa zou worden verkocht.

‘Waarom?’ vroeg ik.

‘Te groot.’

‘U zei altijd dat huis van familie was.’

‘Dat is probleem.’

Hij glimlachte.

In werkkamer vond ik map:

UITVAART R.V.D.B.

Ik riep:

‘Reinout?’

Hij liep met stok binnen.

‘Wat?’

Ik hield map.

‘Christiaan heeft letterlijk uw begrafenis gepland.’

Reinout keek.

‘Open.’

Offertes.

Kist.

Bloemen.

Muziek.

Catering.

Datum leeg.

Een factuur voor aanbetaling.

€18.000.

‘Hij betaalde dit?’

‘Uit mijn rekening waarschijnlijk.’

‘Bizar.’

Reinout bladerde.

‘Hij koos verkeerde muziek.’

‘Dat is uw grootste probleem?’

‘Mahler? Veel te lang.’

We lachten.

Toen vond ik brief van uitvaartondernemer.

Zoals besproken met heer Christiaan van den Bergh houden wij week 14 flexibel in verband met medische prognose.

Week 14.

Dat was de week waarin auditdeadline verliep.

Mijn lachen stopte.

Reinout ook.

‘Hij had echt haast.’

‘Ja.’

‘Hoe voelt dit?’

Hij keek naar offerte.

‘Alsof iemand mijn afwezigheid al had ingericht terwijl ik nog aanwezig was.’

Ik dacht aan eerste nacht.

Christiaan die zei:

‘Vijf dagen?’

Niet verdriet.

Planning.

Reinout scheurde papieren niet.

Hij gaf ze aan advocaat voor dossier.

Daarna zei:

‘Als ik echt doodga, geen Mahler.’

‘Ik zal het onthouden.’

‘En geen speeches langer dan drie minuten.’

‘U denkt dat ik kom?’

‘Je moet. Sem ook.’

‘Reinout.’

‘Grap.’

Maar jaren later zou ik die zin herinneren.

Niet omdat hij snel stierf.

Omdat hij leerde weer toekomst als toekomst te zien in plaats van deadline.

DEEL 13 — VIJF JAAR LATER

Vijf jaar later was Reinout een andere man.

Niet arm.

Niet machteloos.

Maar anders.

Hij verkocht meerderheidsbelang gedeeltelijk aan werknemersfonds en institutionele investeerder.

Behield minderheidsbelang.

Bestuur werd onafhankelijker.

Geen familieautomatisme.

Hij liep zonder stok op goede dagen.

Met stok op slechte.

Linkerhand bleef iets zwakker.

Hij kon geen uren vergaderen meer.

Dat vond iedereen behalve hij gezond.

Ik werkte niet langer als inwonende zorgverlener.

Tijdens chaos had ik opleiding verzorgende IG afgerond die ik ooit had afgebroken.

Later werkte ik in hospicezorg.

Niet voor miljonairs specifiek.

Voor mensen.

Sem was bijna zes.

Hij kende Reinout als ‘Rijn’.

Omdat hij als peuter Reinout niet kon uitspreken.

Reinout haatte bijnaam.

Daarom bleef hij.

‘Rijn!’

Sem rende villa? No, Reinout now apartment/house smaller.

We waren bij zijn nieuwe huis in Bentveld.

Geen landgoed.

Nog steeds veel te duur naar mijn maatstaven.

Maar gewoon huis.

‘Je schoenen,’ zei Reinout.

Sem:

‘Straks.’

‘Nu.’

‘Jij bent niet mijn vader.’

‘Gelukkig.’

Ik:

‘Allebei stoppen.’

Onze relatie was vreemd voor buitenstaanders.

Niet romantisch.

Nooit geweest.

Mensen verwachtten dat.

Arme moeder redt rijke man, dus natuurlijk liefde.

Nee.

Reinout was twintig jaar ouder? Actually 46 vs 29 =17 years, now 51/34. Could still, but no.

We waren familie geworden op andere manier.

Niet juridisch.

Door geschiedenis.

Hij hielp mij soms.

Ik hem.

Met toestemming.

Grenzen.

Christiaan zat nog vast, later gefaseerde terugkeer.

Reinout schreef hem brieven.

Niet iedere week.

Geen geld.

Geen advocaten om straf te verkorten.

Brieven.

Eén keer vroeg ik:

‘Waarom?’

‘Omdat hij familie is.’

‘Dat woord heeft veel ellende gemaakt.’

‘Ook goede dingen.’

Eerlijk.

‘Vergeef je hem?’

‘Nee.’

‘Nooit?’

‘Weet ik niet.’

Hij keek naar tuin.

‘Vergeving is niet vrijspraak.’

Dat had hij geleerd.

Ik ook.

DEEL 14 — CHRISTIAAN KOMT VRIJ

Toen Christiaan na jaren onder voorwaarden vrijkwam, vroeg hij Reinout om gesprek.

Reinout vroeg mij mee.

‘Nee.’

Hij keek verrast.

‘Waarom?’

‘Dit is tussen jullie.’

‘Ik wil getuige.’

‘Dan advocaat of therapeut.’

‘Jij begrijpt.’

‘Juist daarom niet.’

Hij zuchtte.

‘Vervelend.’

‘Dank.’

Hij ging met therapeut.

Later vertelde alleen wat hij wilde.

Christiaan was ouder.

Kaal.

Geen grijs pak.

Geen horloge.

‘Hij zei dat hij nooit dacht dat De Ruiter zo ver zou gaan.’

‘Geloof je?’

‘Deels.’

‘En?’

‘Hij wist dat er iets gebeurde om mij suf te houden.’

‘Dat is genoeg.’

‘Ja.’

‘Heeft hij sorry gezegd?’

‘Veel.’

‘Helpt?’

‘Een beetje.’

‘Wil hij weer familie?’

Reinout keek.

‘Hij wil geld lenen.’

Ik sloot ogen.

‘Natuurlijk.’

‘Voor woning en herstart.’

‘Wat zei je?’

‘Nee.’

Ik keek.

‘Makkelijk?’

‘Nee.’

‘Waarom toch?’

‘Omdat ik hem jarenlang leerde dat iedere consequentie tijdelijk was tot oom Reinout betaalde.’

Dat was enorm.

‘En nu?’

‘Nu kan ik hem helpen met CV, contacten die weten van verleden, budgetcoach.’

‘Geen geld.’

‘Geen geld.’

Christiaan werd boos.

Zei dat Reinout hypocriet was.

Verdween drie maanden.

Daarna belde hij toch voor CV.

Kleine vooruitgang.

Hij vond uiteindelijk baan buiten familiebedrijf.

Geen directie.

Planning.

Begon opnieuw.

Niet iedereen hoeft voor altijd monster te blijven om verantwoordelijkheid te dragen.

Ik vertrouwde hem niet.

Hoefde niet.

Sem zag hem nooit zonder anderen.

Grenzen bleven.