Dưới đây là phần 2 kết thúc bằng tiếng Hà Lan, khoảng 2000 từ, tiếp nối trực tiếp từ chiếc hộp gỗ Russell để lại:
DEEL 2 — Wat Russell vond dat ik verdiende
Ik staarde naar de houten doos.
Hij was nauwelijks groter dan een schoenendoos.
Geen gouden slot.
Geen familiewapen.
Alleen donker hout, gladgesleten aan de randen, met een klein koperen sleuteltje in het slot.
Russells dochter, Victoria, sloeg haar armen over elkaar.
‘Nou?’ zei ze. ‘Maak hem open.’
Naast haar zat haar broer, Michael, met dezelfde kille uitdrukking die hij tijdens de begrafenis had gedragen.
De advocaat, meneer Harris, zei niets.
Ik legde mijn hand op de doos.
‘Is dit alles?’
Victoria lachte.
‘Teleurgesteld?’
Ik keek naar haar.
‘Nee.’
‘Je hoeft niet te doen alsof.’
‘Victoria,’ waarschuwde meneer Harris.
Maar zij ging door.
‘Vier jaar lang heeft ze in zijn huis gewoond. Zijn geld uitgegeven. Zijn auto’s gebruikt. Zijn vakanties gekregen. En nu is ze verbaasd dat er geen cheque van tien miljoen dollar op tafel ligt.’
Vier jaar.
Zo lang waren Russell en ik getrouwd geweest.
En blijkbaar was dat voor zijn kinderen nog steeds alleen maar een financiële transactie.
Ik draaide het sleuteltje om.
Klik.
Toen tilde ik het deksel op.
Bovenop lag een envelop.
Mijn naam stond erop in Russells handschrift.
Voor Emily.
Daaronder zag ik een oude sleutel, een stapel bonnetjes en een klein zwart notitieboek.
Victoria boog zich naar voren.
‘Dat is het?’
Ik pakte de brief.
Mijn handen begonnen te trillen.
Meneer Harris zei zacht:
‘Russell wilde dat u die hardop zou lezen.’
‘Waarom?’
Hij keek naar Victoria en Michael.
‘Omdat bepaalde delen ook voor hen bedoeld zijn.’
Dat veranderde de sfeer onmiddellijk.
Ik opende de envelop.
Lieve Emily,
als je dit leest, heb ik je voor het eerst laten zitten met een rekening die ik zelf niet kan betalen.
Mijn ogen vulden zich meteen.
Dat was Russell.
Zelfs vanuit zijn graf begon hij met een slechte grap.
Ik ging verder.
Ik weet wat mensen over ons huwelijk zeiden.
Ik weet ook dat sommige dingen waar waren.
Victoria glimlachte zelfvoldaan.
Ik bleef lezen.
Toen je met mij trouwde, had je geld nodig.
Dat wist ik.
Mijn gezicht werd warm.
En toen ik jou ten huwelijk vroeg, had ik gezelschap nodig.
Dat wist jij.
Dus laten we niet doen alsof een huwelijk alleen zuiver is wanneer twee mensen niets van elkaar nodig hebben.
Mijn keel trok dicht.
Het verschil zit in wat er gebeurt nadat je hebt gekregen waarvoor je aanvankelijk kwam.
De kamer werd stil.
Jij bleef.
Ik moest stoppen.
Meneer Harris schoof een glas water naar me toe.
Ik dronk.
Toen las ik verder.
Je bleef toen ik chagrijnig was.
Je bleef toen ik niet meer kon autorijden.
Je bleef toen mijn handen begonnen te trillen.
Je bleef toen de dokter ons vertelde dat ik waarschijnlijk geen jaar meer had, terwijl jij op dat moment nog niet wist dat hij zich zelfs daarin had vergist.
Victoria fronste.
‘Geen jaar?’