Jasper laat er geen twijfel over bestaan. Kinderen op zich vindt hij prima, maar volgens hem horen daar duidelijke afspraken bij. Vraag je het hem, dan zijn die regels simpel: “Zij drong aan op kinderen, dus logisch dat zij het grootste deel van de zorg pakt.”
Terwijl zijn vriendin met de baby thuis is, hangt Jasper geregeld met zijn maten in de kroeg. “Ik ben 27, dit zijn je topjaren. Die lever je toch niet in omdat zij ineens moeder wil zijn.”
Het idee voor een kind kwam niet van hem
Volgens Jasper is hij altijd helder geweest. “Ik heb nooit gezegd dat ik vader wilde worden. Zij begon erover, over dat gezinsleven, huisje-boompje-beestje. Ik ging mee, maar wel met het idee dat zij de kar zou trekken.”
Voor hem is het dus geen afschuiven maar pure logica. “Als je iets vurig wilt, dan neem je ook de verantwoordelijkheid op je.”
De kroeg wint van de kinderstoel
Na werktijd mijdt Jasper het liefst het thuisfront. “Thuis zit je vast: gehuil, luiers, nul rust. In de kroeg is het gezellig: biertje doen, lachen, niks hoeven.”
Hij snapt niet waarom daar zo’n punt van wordt gemaakt. “Ik werk gewoon fulltime en ik draag financieel bij. Dat is toch ook zorgen.”
Komt hij thuis en is zijn vriendin gesloopt, dan haalt hij zijn schouders op. “Hoort er bij, toch? Dat wist ze van tevoren.”