Mensen die ergens gedurende het jaar AOW ontvangen, krijgen te maken met een belastingjaar dat deels met en deels zonder AOW-premie verloopt. Hoe eerder in het jaar de AOW ingaat, hoe lager het gemiddelde belastingtarief uitvalt over dat hele jaar. Dit betekent echter niet dat er direct een groot verschil zichtbaar is in het besteedbare inkomen, maar de wijze waarop de belasting wordt berekend, verandert wel degelijk.
De Belastingdienst past de berekening aan op basis van het moment waarop de AOW in werking treedt. Hierdoor kan het voorkomen dat het netto inkomen iets wijzigt gedurende het jaar waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt.
Heffingskortingen veranderen bij AOW
Na het bereiken van de AOW-leeftijd wijzigen niet alleen de belastingtarieven, maar ook de heffingskortingen. De Belastingdienst wijst erop dat de algemene heffingskorting vanaf de AOW-leeftijd lager wordt vastgesteld. Deze korting is bedoeld om het belastingbedrag te verlagen, maar wordt dus minder zodra men recht heeft op AOW.
Wie besluit volledig te stoppen met werken, verliest bovendien het recht op de arbeidskorting. Deze korting geldt alleen voor mensen die inkomsten uit arbeid ontvangen. Dat kan een flinke verandering zijn in het netto bedrag dat maandelijks binnenkomt. Daar staat wel iets tegenover: vanaf het moment dat iemand AOW ontvangt, ontstaat er mogelijk recht op de ouderenkorting. Dit is een tegemoetkoming die geldt voor iedereen met een AOW-uitkering.
In het geval van een AOW-uitkering voor alleenstaanden bestaat er onder bepaalde voorwaarden ook recht op de alleenstaande-ouderenkorting. Dit is een extra korting die specifiek bedoeld is voor mensen die zonder partner door het leven gaan en hun oude dag alleen tegemoet zien. De voorwaarden hiervoor zijn door de Belastingdienst vastgesteld.
Voor wie niet kan stoppen met werken omdat het werk simpelweg te leuk is, blijft het mogelijk om arbeidskorting te ontvangen. Er gelden dan wel aangepaste bedragen en percentages ten opzichte van vóór de AOW-leeftijd.