Kabinet zwaar onder vuur na besluit om deze cijfers niet te willen delen

Wat onze inlichtingendiensten precies binnenhalen aan internetdata en hoeveel dat is, blijft een raadsel. Zelfs een simpele trendgrafiek sinds 2018 wil het kabinet niet delen. Daardoor laait de discussie over privacy, veiligheid en democratische controle opnieuw op.

Waarom dit onderwerp weer speelt

De kwestie komt bovendrijven door Kamervragen van FVD’er Pepijn van Houwelingen, gesteld na het nieuwste jaarverslag van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Die toezichthouder kijkt kritisch mee en plaatst vaker kanttekeningen bij grootschalige digitale bevoegdheden.

Van Houwelingen vroeg om meer helderheid over de omvang van kabelinterceptie. Denk aan concrete datavolumes, of op zijn minst een index waarbij 2018 als startpunt geldt. Met zo’n trend zou je tenminste groei of krimp kunnen zien.

Wat kabelinterceptie is

Kabelinterceptie is het onderscheppen van datastromen die door glasvezelverbindingen lopen. Daarbij wordt niet één enkel doelwit afgetapt, maar een bredere datavangst binnengehaald waar later gericht in kan worden gezocht op basis van duidelijke hypotheses.

Omdat via glasvezel een enorm deel van ons digitale leven stroomt, kan het gaan om e-mails, appjes, videogesprekken en serververkeer. De methode is daarmee krachtig én gevoelig: je raakt snel ook communicatie die niet direct relevant is.

Scroll om verder te lezen

Waarom dit gevoelig ligt

In een brede datastroom zitten naast mogelijke dreigingssignalen ook berichten van gewone burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dat maakt de privacyvraag groter dan bij een volkomen doelgerichte operatie, waar je vooraf al een duidelijk verdacht profiel hebt.

Het knelt vooral bij proportionaliteit: is de inbreuk op grote groepen toevallige voorbijgangers te verantwoorden als de opbrengst beperkt blijkt? Juist daarom willen Kamerleden graag weten hoe groot die datavangst in de praktijk is.

Wat de toezichthouder zegt

De TIB waarschuwt al langer dat de balans tussen inbreuk en opbrengst wankel blijft. Soms levert kabelinterceptie nuttige sporen op, vergelijkbaar met wat je via een gerichte hack zou ontdekken, maar regelmatig valt het resultaat mager uit.

In verschillende onderzoeken ziet de TIB dat andere middelen sneller tot bruikbare informatie leiden. Kort gezegd: de inzet kan groot zijn, met veel meekijkende data, terwijl de concrete winst voor een zaak niet altijd overtuigend is.