Een rechterlijke uitspraak over asielopvang in Italië heeft donderdag tot flinke politieke ophef geleid. Rechtbank Den Haag oordeelde dat Nederland asielzoekers nog steeds niet naar Italië mag terugsturen, omdat de opvang daar niet op orde zou zijn. Tijdens een asieldebat in de Tweede Kamer bleek dat een brede meerderheid zich niet in dat oordeel kan vinden. Opvallend is daarbij de toon van het CDA: voorzichtig, maar ondubbelzinnig kritisch.
Wat er aan de hand is
De zaak draait om asielzoekers die zich als eerste hebben gemeld in Italië en daarna zijn doorgereisd naar Nederland. Europese afspraken, vastgelegd in de zogenoemde Dublinverordening, schrijven voor dat zulke asielzoekers terug kunnen worden gestuurd naar het land van eerste aanmelding. In dit geval dus naar Italië. Rechtbank Den Haag zette echter een streep door die terugkeer, omdat de asielopvang in Italië volgens de rechter niet voldoet aan de vereiste standaarden.

CDA stelt ongemakkelijke vraag aan rechter
Jeltje Straatman van het CDA liet tijdens het debat weten dat zij het ingewikkeld vindt om kritiek te leveren op een rechter. Toch deed ze dat, met een concreet bezwaar. “Het vreemde van deze uitspraak is dat de rechter eigenlijk van Nederland verwacht dat wij bewijzen dat de opvang in Italië voldoende is”, zei Straatman. Die omgekeerde bewijslast steekt haar. Bovendien wees zij erop dat de Europese Commissie de opvang in Italië juist wel op orde heeft bevonden. Dat de Nederlandse rechter tot een tegengesteld oordeel komt, vindt zij moeilijk te begrijpen.

Straatman hoopt daarom dat asielminister Bart van den Brink, haar partijgenoot, beroep instelt tegen de uitspraak. Zij rekent erop dat een hogere rechter dan tot een ander oordeel komt. Of Van den Brink daadwerkelijk beroep aantekent, is op het moment van het debat nog niet bevestigd.