Zet de planten bij voorkeur op een zonnige en beschutte plaats. Vijf tot zes uur zon per dag is voor veel kruiden ideaal. Geef niet te veel water en laat de grond tussendoor iets opdrogen. Extra plantenvoeding is meestal niet nodig. Veel kruiden groeien juist sterk in wat armere grond.
Door regelmatig te oogsten, blijven de planten compact en gezond. Knip nooit meteen grote delen weg. Geef een plant voldoende tijd om nieuwe bladeren te maken. Gevoelige soorten kun je tijdens koude maanden beschut neerzetten. Sommige potten kun je in de winter tijdelijk naar binnen halen.
Mooie combinaties maken
Geneeskrachtige kruiden hoeven niet apart in een speciaal vak te staan. Je kunt ze goed mengen met vaste planten en eenjarige bloemen. Kijk daarbij vooral naar de behoeften van iedere plant. Planten die evenveel zon en water nodig hebben, passen goed bij elkaar. Zo voorkom je dat één soort te droog of te nat staat.
Lavendel, salie, tijm en rozemarijn houden van warmte en droge grond. Deze kruiden passen daarom goed bij siergrassen en mediterrane planten. Denk aan Toscaanse jasmijn, oleander of andere zonliefhebbers. Ook een vijgenboom, olijfboom of granaatappel kan mooi bij deze groep staan. Samen geven ze de tuin een warme uitstraling.
Veel geneeskrachtige planten bloeien bovendien opvallend kleurrijk. Goudsbloemen hebben heldere gele en oranje bloemen. Lavendel zorgt voor paarse tinten en een herkenbare geur. Rode zonnehoed heeft grote roze bloemen met een donkere kern. Deze soorten trekken vaak ook bijen en vlinders aan.
Je kunt ze combineren met andere kleurige planten. Denk aan duizendblad, gele zonnehoed, rudbeckia of guldenroede. Ook vrouwenmantel, longkruid en dropplant passen goed in een natuurlijke border. Zo ontstaat een tuin die zowel mooi als praktisch is. Je hoeft dus geen saaie kruidentuin aan te leggen.
Munt, kamille en citroenmelisse kunnen tussen eetbare planten groeien. Zet ze bijvoorbeeld bij sla, peterselie of basilicum. Rozemarijn, tijm en salie passen goed bij tomaten en paprika’s. Munt kun je beter in een aparte pot plaatsen. De plant verspreidt zich namelijk snel door de hele tuin.
Oogsten en verwerken
Het oogstmoment heeft invloed op de geur en kracht van kruiden. Veel planten bevatten vlak voor de bloei de meeste werkzame stoffen. Bladeren kun je het beste in de ochtend plukken. Wacht totdat de dauw verdwenen is. Oogst ze wel voordat de felle middagzon begint.
Bloemen pluk je wanneer ze net volledig geopend zijn. Dan zijn ze vaak op hun best. Wortels worden meestal tijdens de herfst uit de grond gehaald. In die periode trekt de plant veel energie naar beneden. Gebruik altijd een schone en scherpe schaar.
Knip nooit meer dan ongeveer een derde van een plant. Anders heeft het kruid moeite om te herstellen. Laat altijd voldoende bladeren en stengels staan. Zo kan de plant opnieuw groeien. Beschadigde of zieke delen kun je beter niet gebruiken.
Voor kruidenthee gebruik je verse of gedroogde bladeren en bloemen. Giet heet water over het kruid, maar gebruik geen kokend water. Laat de thee ongeveer vijf tot tien minuten trekken. Zeef daarna de plantendelen uit het water. Drink niet onbeperkt grote hoeveelheden.