Maar hij had wel iets anders gedaan.
Hij had haar mobiele telefoon meegenomen tijdens een ruzie.
En hij had de vaste telefoon losgekoppeld nadat Marieke had gezegd dat ze haar zus zou bellen en hem niet meer alleen met de kinderen wilde laten.
Volgens Stefan was het “alleen bedoeld om haar te laten kalmeren”.
Hij had daarna het huis verlaten.
Zonder te weten dat zij uren later ernstig ziek zou worden.
Dat maakte hem niet verantwoordelijk voor haar medische complicatie.
Maar zijn gedrag had wel de mogelijkheden om hulp te vragen ernstig beperkt.
Het bericht
Op Mariekes telefoon stond een conceptspraakbericht.
Niet verzonden.
Voor haar zus Anouk.
“Ik weet niet meer of ik Stefan vertrouw met de kinderen. Hij wordt boos als ik grenzen stel. Morgen wil ik dat hij zijn sleutel teruggeeft. Als ik niets van me laat horen, kom alsjeblieft langs.”
Anouk hoorde het in het ziekenhuis.
Ze begon onmiddellijk te huilen.
“Ik had haar gisteren moeten bellen.”
De politieagent naast haar zei:
“U wist dit niet.”
“Maar ik had moeten weten dat er iets was.”
Els legde haar hand op Anouks arm.
“Daarmee helpen we haar nu niet.”
Die zin werd later belangrijk voor iedereen.
Schuld zoeken was makkelijk.
Vooruitkijken moeilijker.
Marieke werd wakker
Op de tweede avond bewoog ze haar hand.
Op de derde ochtend deed ze haar ogen open.
Anouk zat naast haar.
Marieke keek verward naar het plafond.
“De baby’s?”
“Veilig.”
Haar mond trilde.
“Lotte?”
“Ook.”
Toen begon ze te huilen.
Niet uit opluchting.
Uit schuld.
“Ze heeft ze gezien.”
“Wat?”
“Ze heeft mij zo gezien.”
Anouk pakte haar hand.
“Je dochter heeft hulp gehaald.”
Marieke sloot haar ogen.
“Ze is zes.”
“Ik weet het.”
“Ze had dit nooit moeten doen.”
“Dat weet zij later ook. Nu moet jij eerst beter worden.”
Lotte kwam binnen
Pas toen de arts vond dat het verantwoord was, mocht Lotte kort naar haar moeder.
Ze liep langzaam naar het bed.
Marieke stak haar armen uit.
Lotte stopte halverwege.
“Ben je wakker?”
Die vraag brak iedereen in de kamer.
“Ja, lieverd.”
“Echt wakker?”
“Echt.”
Toen rende Lotte naar haar toe.
Maar na een paar seconden trok ze zich terug.
“Ik heb de sleutel weggegeven.”
Marieke keek haar verbaasd aan.
“Welke sleutel?”
“Van thuis.”
“Dat geeft niet.”
“Mama zei dat ik hem nooit kwijt mocht raken.”
Marieke huilde.
“Lotte…”
Ze pakte haar gezicht tussen haar handen.
“Je hebt hem niet verloren.”
“Niet?”
“Nee.”
“Je hebt hem precies gebruikt waarvoor ik hem gaf.”
De waarheid over het briefje
Later vroeg Anouk aan Marieke waarom ze dat briefje überhaupt had gemaakt.
Marieke keek naar Lotte, die met kleurpotloden aan een tafeltje zat.
“Omdat ik wist dat Stefan soms mijn telefoon pakte.”
“Dus je dacht al dat dit kon gebeuren?”
“Nee.”
Ze schudde haar hoofd.
“Niet dat ik ziek zou worden.”
“Waarom dan?”
“Omdat ik wilde dat Lotte wist wat ze moest doen als volwassenen ruzie maakten en ik niet kon helpen.”
Anouk werd bleek.
“Hoe lang ging dat al zo?”