Ze was een vrouw van rond de vijftig met kort grijs haar en een vermoeide glimlach.
— Julien?
Ik knikte.
Ze gaf me een hand.
— Dank u dat u gekomen bent.
— Waar is hij?
Nathalie wees naar het gebouw.
— Achteraan. Maar ik wil u iets zeggen voordat u naar binnen gaat.
Ik keek haar aan.
— Vasco reageert anders op stemmen die hij niet kent.
— Dat begrijp ik.
— Nee, ik bedoel… probeer hem niet meteen aan te raken.
Ze aarzelde.
— Ga gewoon zitten.
— En dan?
— Dan wacht u.
We liepen door een lange gang.
Kennels stonden aan beide kanten.
Bij sommige honden begonnen staarten te kwispelen zodra Nathalie voorbijliep.
Maar toen we bij de laatste kennel kwamen, veranderde de sfeer.
Daar lag Vasco.
Zijn grote gestroomde lichaam lag tegen de achterwand.
Zijn achterpoot was inmiddels genezen, maar hij bewoog voorzichtig.
Hij keek niet naar Nathalie.
Hij keek naar mij.
Ik bleef staan.
Voor een paar seconden gebeurde er niets…………