Na Marieke’s dood had ik maandenlang niets kunnen lezen. Bram had de jaarrekeningen meegenomen. Hij had gezegd dat hij het bedrijf draaiende hield voor Linde en mij. Ik had hem volmachten gegeven omdat ik niet wist hoe ik anders verder moest.
Mijn naam stond dus waarschijnlijk op alle documenten waarmee hij geld had gestolen.
‘Waarom heeft Linde dit niet eerder aan de politie gegeven?’ vroeg ik.
Van Houten keek naar de laatste pagina.
‘Omdat er nog iemand bij betrokken was.’
Op die pagina stond een kopie van een oude verklaring van mij.
Ik had daarin verklaard dat Marieke in de weken voor haar dood depressief was geweest en regelmatig had gezegd dat ze niet meer verder wilde.
Ik had dat gezegd omdat Bram me die avond bij het ziekenhuis had vastgepakt.
‘Als je niet meewerkt, wordt Linde uit huis geplaatst,’ had hij gezegd. ‘Je bent een rouwende vader. Niemand zal geloven dat je haar alleen kunt opvoeden.’
Ik was tweeënveertig geweest. Bang. Verslagen. En ik had gedaan wat hij vroeg.
Linde had die verklaring gevonden.
Ze wist dat ik had gelogen.
Niet omdat ik haar moeder had vermoord, maar omdat ik te bang was geweest om naar de waarheid te zoeken.
Dat was mijn schuld. Geen excuus, alleen een feit.
‘Linde wilde u beschermen,’ zei Van Houten zacht. ‘Ze heeft in haar verklaring geschreven dat ze bewijs had gevonden dat uw handtekening was misbruikt. Ze wilde eerst aantonen dat u niet vrijwillig had meegewerkt.’
De inspecteur stopte de opname.
‘We moeten Bram onmiddellijk ondervragen.’
Maar Bram was verdwenen.
Zijn telefoon stond uit. Zijn kantoor in Amstelveen was leeg. Zijn auto stond niet op zijn oprit.
Om vier uur ’s middags kwam Geert Smit naar het bureau.
Hij wilde alleen met inspecteur Van der Meer praten, maar ik zat in de gang en hoorde zijn stem door de halfopen deur.
‘Bram is gisteren voor zonsopgang bij de kist geweest,’ zei Geert. ‘Hij zei dat hij namens de familie kwam.’
‘Waarom heb je hem binnengelaten?’
‘Hij had een sleutel van de achterdeur. Hij zei dat de vader toestemming had gegeven.’
‘Heeft hij de kist geopend?’
‘Niet volledig. Hij maakte de voering bij de linkerschouder los. Daarna werd hij boos omdat hij niets vond.’
Mijn maag trok samen.
‘Wat zocht hij?’
‘Hij vroeg of Linde iets in haar kleding had. Een ring, een sleutel, een envelop. Ik zei dat ik niets wist.’
‘En toen?’
Geert keek naar zijn handen. ‘Hij zei dat hij mijn dochter zou bellen. Dat hij ervoor kon zorgen dat mijn vergunning werd ingetrokken.’
‘Heb je dit opgenomen?’
Geert haalde zijn telefoon tevoorschijn.
‘Ik heb de camera in de rouwkamer pas later bekeken.’
Op de beelden liep Bram om drie uur zevenentwintig ’s ochtends de rouwkamer binnen. Hij droeg een donkere regenjas en latexhandschoenen. Hij boog zich over de kist en trok de witte voering los.
Daarna keek hij plotseling naar de deur.
Een halve minuut later stak hij zijn hand in de kist en haalde er niets uit.
Op het moment dat hij zich omdraaide, zag ik iets aan zijn rechterpols.
Een dunne rode draad.
Hetzelfde rood als in de kist.
‘Hij heeft de aanwijzing niet geplaatst,’ zei ik.
De inspecteur keek me aan.
‘Linde heeft hem verstopt voordat ze stierf. Bram wist dat ze bewijs had verborgen, maar hij wist niet waar. Hij heeft haar kist doorzocht.’
‘Dat is waarschijnlijk,’ zei Van der Meer.
‘Nee,’ zei ik. ‘Het is meer dan dat.’
Ik wees naar het beeldscherm.
‘Kijk naar zijn linkerhand.’
Bram hield een klein voorwerp vast. Een metalen pincet. Aan het uiteinde zat een donkere vlek.
De rechercheur vergrootte het beeld.
Op het pincet zat een minuscuul blauw vezeltje.
Dezelfde blauwe vezels die later werden gevonden aan Linde’s jas en in de bekleding van haar auto.
De politie vond Bram die avond in een vakantiewoning bij Lelystad. Hij had geprobeerd zijn baard af te scheren, maar was halverwege gestopt. Op tafel lagen zijn paspoort, drie mobiele telefoons en een treinkaartje naar België.
Hij ontkende alles.
‘Ik wilde alleen voorkomen dat Pieter nog meer schade zou aanrichten,’ zei hij tijdens het verhoor. ‘Linde was instabiel. Ze beschuldigde iedereen.’
Maar de gevonden gegevens vertelden een ander verhaal.
Linde had in de maanden voor haar dood ontdekt dat Bram bijna 1,8 miljoen euro uit het vastgoedbedrijf had weggesluisd. Hij had via twee stichtingen panden onder de marktprijs gekocht en daarna met winst doorverkocht. Mijn handtekening was digitaal gekopieerd.
Marieke had het jaren eerder ontdekt.
Linde had het opnieuw ontdekt.