DEEL 7 — DE FAMILIE VAN LAREN KWAM NAAR MIJN WINKEL
Twee weken na bruiloft ging deurbel winkel.
Ik zat achter naaimachine.
Aisha keek.
‘Marlies.’
‘Hm?’
‘Er staat een heel dure man bij deur.’
Ik keek.
Hendrik van Laren.
Naast hem Elisabeth.
‘O nee.’
Aisha:
‘Ken je ze?’
‘Lang verhaal.’
‘Rijk?’
‘Aisha.’
‘Ik vraag voor context.’
Ik liet ze binnen.
Hendrik keek rond.
Rijen kleding.
Stoomapparaat.
Spelden.
‘Dus hier werk je.’
‘Al jaren.’
‘Mooi.’
‘Je hoeft niet beleefd te doen.’
‘Ik vind het werkelijk mooi.’
Elisabeth kwam naar me toe.
‘Mag ik je omhelzen?’
Ik aarzelde.
‘Ja.’
Ze hield me vast.
Niet lang.
‘Ik heb vaak aan je gedacht.’
‘Ik ook soms.’
‘Waarom nooit contact?’
‘Omdat ik verder moest.’
‘Dat begrijp ik nu beter dan toen.’
Hendrik keek naar foto op plank.
Thomas met Emma als kleuter.
‘Hij ziet er precies uit zoals ik me herinner.’
‘Je hebt hem maar minuten gezien.’
‘Sommige minuten blijven.’
Ik wilde onderwerp weg.
‘Hoe gaat Lucas?’
‘Slecht,’ zei Elisabeth.
Eerlijk.
‘Emma ook.’
‘We weten.’
‘Heeft zij contact?’
‘Met ons nauwelijks. Ze is bang dat wij anders naar haar kijken.’
‘Doen jullie dat?’
Hendrik dacht.
‘Ja.’
Ik keek scherp.
‘Niet omdat haar moeder kleding repareert.’
Hij ging zitten.
‘Omdat zij tegen onze zoon heeft gelogen en haar eigen moeder buitensloot. Dat kan ik niet doen alsof onbelangrijk is.’
Goed.
‘Maar ik denk niet dat zij slecht mens is.’
‘Ook goed.’
Elisabeth:
‘Ik herken angst om erbij te horen.’
Ik keek haar.
‘Jij?’
Ze glimlachte.
‘Mijn vader had een garage. Hendrik’s moeder vroeg tijdens eerste diner of ik wist welk bestek voor vis was.’
Hendrik kreunde.
‘Mijn moeder was verschrikkelijk.’
‘Ze liet me huilen op toilet.’
Ik staarde.
Elisabeth:
‘Twintig jaar later begon ik zelf mensen te beoordelen op manieren waarvan ik vroeger dacht dat ik ze nooit zou overnemen.’
‘Emma heeft nooit gezegd dat jij—’
‘Omdat ik niet direct gemeen ben geweest. Maar ik heb opmerkingen laten passeren.’
Ze dacht.
‘Ik heb een vriendin eens horen zeggen dat “mensen uit gewone gezinnen vaak overdreven hun best doen” terwijl Emma erbij zat. Ik corrigeerde haar niet.’
Dat was nuance.
Geen geheime schurk.
Een kamer kan onveilig voelen zonder dat iemand je rechtstreeks uitscheldt.
‘Had ik iets kunnen doen?’ vroeg Elisabeth.
‘Misschien.’
‘Dat is eerlijk.’
Hendrik haalde map uit tas.
Ik zuchtte.
‘Geen geld.’
‘Geen geld.’
‘Zeker?’
‘Marlies.’
‘Je hebt geschiedenis.’
Hij legde foto.
Oud.
Opening van Thomas Vermeer Fonds.
Ik stond naast Hendrik.
Emma als negenjarige stond half achter mijn jas.
Lucas, acht? Wait accident 19 years ago and Emma 8; Lucas 7. Opening maybe 1 year later, Lucas 8. Yes. He stood at other side of photo with sister Noor.
Ik keek.
‘God.’
Emma en Lucas stonden op één foto.
Als kinderen.
Ze herinnerden zich elkaar niet.
‘Lucas vond hem in archief,’ zei Hendrik.
‘Heeft Emma hem gezien?’
‘Nog niet.’
‘Laat haar zelf kiezen.’
‘Daarom breng ik hem naar jou.’
‘Waarom mij?’
‘Omdat ik nog steeds moet leren.’
Ik glimlachte.
‘Goed.’
Hij keek naar werkbank.
‘Er is nog iets.’
‘Wat?’
‘Fonds.’
‘Nee.’
‘Luister.’
Ik zuchtte.
Het Thomas Vermeer Fonds bestond nog.
Groter dan ik wist.
De Van Laren Foundation had het na mijn vertrek samengevoegd met bredere noodhulpregeling. Jaarlijks werden gezinnen ondersteund.
‘Wij willen oorspronkelijke naam terug als zelfstandig programma.’
‘Waarom nu?’
‘Niet vanwege huwelijk.’
‘Dat hoop ik.’
‘Omdat bestuur jubileum gebruikte om oude governance te bekijken. Lucas vertelde waarom naam voor hem belangrijk is.’
‘Hendrik.’
‘Geen standbeeld. Geen pers. We willen alleen vragen of jij bezwaar hebt.’
Ik dacht.
‘Ik heb geen eigendom op Thomas’ naam.’
‘Nee.’
‘Maar Emma?’
‘We vragen haar ook.’
Goed.
‘En ik wil geen gezicht op brochures.’
‘Begrepen.’
‘Geen “heldenweduwe”.’
‘Begrepen.’
‘En geen gala waar rijke mensen applaus geven voor eigen vrijgevigheid.’
Hendrik glimlachte.
‘Dat laatste wordt moeilijk.’
‘Dan doe ik niet mee.’
‘Begrepen.’
Voor vertrek bleef Elisabeth bij deur.
‘Marlies?’
‘Ja?’
‘Lucas is niet boos omdat Emma niet verteld heeft dat haar vader hem redde.’
‘Dat dacht ik al.’
‘Hij is boos omdat zij dacht dat hij minder van haar zou houden als hij wist wie haar moeder was.’
Ik voelde die zin.
‘Ja.’
‘Dat is verschil.’
‘Groot verschil.’
Zij vertrok.
Aisha kwam uit achterruimte.
‘Ik heb alles gehoord.’
‘Natuurlijk.’
‘Dus jouw dode man redde multimiljonairs?’
‘Twee kinderen.’
‘Die toevallig multimiljonair werden.’
‘Hun vader was dat al.’
Aisha keek beledigd.
‘Waarom vertel je mij nooit interessante dingen?’
‘Omdat jij daarna precies zo reageert.’
Ze lachte.
‘Eerlijk.’