Rebecca zuchtte.
‘Ze reisde eerst met een jongen mee.’
Mijn maag draaide om.
‘Welke jongen?’
‘Zijn naam was Jason.’
Ik herinnerde me hem onmiddellijk.
Hij was drie jaar ouder dan Emily.
Ik had hem nooit vertrouwd.
We hadden daar voortdurend ruzie over gehad.
‘Hij beloofde haar een nieuw leven,’ vertelde Rebecca.
‘Maar uiteindelijk liet hij haar achter.’
Ik voelde tranen over mijn wangen lopen.
‘Waar?’
‘In een stad waar ze niemand kende.’
Emily had geen geld gehad.
Geen diploma.
Geen familie die ze durfde te bellen.
Ze sliep tijdelijk bij kennissen.
Werkte in restaurants.
En probeerde langzaam opnieuw te beginnen.
‘Waarom belde ze me niet?’ fluisterde ik.
Rebecca keek naar haar handen.
‘Omdat ze dacht dat u haar niet terug wilde.’
Ik sloeg mijn hand voor mijn mond.
‘Ze vertelde me over jullie laatste ruzie,’ vervolgde Rebecca.
‘Over dat groene hemdje.’
Ik sloot mijn ogen.
Het was zo’n onbelangrijk onderwerp geweest.
Een kledingstuk.
Een domme discussie.
Maar daaronder zat veel meer.
Ik was bang geweest dat Emily verkeerde keuzes maakte.
Zij voelde zich voortdurend gecontroleerd.
En uiteindelijk hadden we allebei dingen gezegd die we niet meenden.
‘Ze dacht dat u haar had opgegeven,’ zei Rebecca.
Ik begon te snikken.
‘Ik heb haar iedere dag gezocht.’
Rebecca kneep voorzichtig in mijn hand.
‘Dat wist ze niet.’
Toen vertelde Rebecca iets wat mijn hart opnieuw deed breken.
‘Emily heeft geprobeerd u te schrijven.’
Ik keek geschrokken op.
‘Wat?’
‘Ze schreef verschillende brieven. Maar ze verstuurde ze nooit.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ze bang was dat u niet zou antwoorden.’
Ik keek naar de tas.
‘En waarom heb jij die?’
Rebecca glimlachte verdrietig.
‘Omdat Emily hem mij gaf toen ik door een moeilijke periode ging.’
Ze streek over het scheve handvat.
‘Ze zei dat haar moeder hem had gemaakt.’
Mijn hart bonsde.
‘Ze sprak dus over mij?’
Rebecca knikte.
‘Heel vaak.’
‘Wat zei ze dan?’
Rebecca glimlachte.
‘Dat u de beste appeltaart ter wereld bakte.’
Ik begon te lachen door mijn tranen.
‘Dat zei ze vroeger altijd.’
‘En dat u nooit iets weggooide wat nog gerepareerd kon worden.’
Ik knikte.
‘Dat klopt.’
Rebecca keek naar de tas.
‘Ze zei dat u zelfs deze tas niet opnieuw wilde maken toen het handvat scheef bleek.’
Ik voelde een brok in mijn keel.
‘Ik had geen tijd meer. Ze wilde hem dat weekend gebruiken.’
Rebecca glimlachte.
‘Emily zei dat die fout juist het mooiste eraan was.’
We zaten lange tijd zwijgend naast elkaar.
Toen pakte Rebecca haar telefoon.