DEEL 4 — DE PROMOTIE WERD OPEENS EEN HR-PROBLEEM
Op maandag belde Ingrid Smit.
HR.
Ik had haar nummer niet.
‘Marjolein?’
‘Ja.’
‘Komt dit gelegen?’
‘Waarschijnlijk niet, maar zeg maar.’
Ze zuchtte.
‘Ik bel niet als vriendin of gast van zaterdag. Ik bel omdat jouw naam in intern onderzoek mogelijk genoemd wordt.’
Mijn maag trok.
‘Welk onderzoek?’
‘Ik kan inhoud niet delen. Maar je hebt zaterdag Valerie herkend?’
‘Ja.’
‘Weet jij of zij rechtstreeks aan Alexander rapporteert?’
‘Volgens mij wel.’
Stilte.
‘Oké.’
‘Is hij zijn promotie kwijt?’
‘Daar doe ik geen uitspraak over.’
‘Ingrid.’
‘Ik meen het. Dit moet zorgvuldig.’
Ik ademde.
‘Waarom onderzoek?’
‘Omdat een leidinggevende relatie met direct report gemeld had moeten worden. Zeker bij beoordeling, bonus of promotie.’
Daar had ik niet aan gedacht.
Affaire zelf was privé.
Machtrelatie niet.
‘Heeft Valerie promotie gekregen?’
‘Marjolein.’
‘Sorry.’
‘Nog iets.’
‘Wat?’
‘Zaterdag hebben meerdere collega’s gezien dat Alexander na binnenkomst onder invloed was en uitspraken deed over huwelijk. Dat op zich is geen arbeidsrechtelijke kwestie. Maar doordat Valerie onderdeel van zijn team is, is er meldplichtvraag.’
‘Ik ga niets publiceren.’
‘Goed.’
‘Ik probeer hem niet ontslagen te krijgen.’
‘Dat zeg ik ook niet.’
Ze pauzeerde.
‘Maar als iemand jou vraagt inhoud van zaterdag formeel te bevestigen, spreek waarheid.’
‘Natuurlijk.’
Diezelfde middag belde Alexander.
‘Heb jij HR gebeld?’
Ik sloot ogen.
‘Nee.’
‘Ingrid zat op jouw feest.’
‘Omdat ik haar heb uitgenodigd.’
‘Waarom in godsnaam nodig jij HR uit voor een privéfeest?’
‘Omdat jij haar al acht jaar kent en ze op onze kerstborrels altijd vriendelijk tegen me is.’
‘Dit kan mijn promotie kosten.’
Daar zat eerste echte paniek.
‘Dat is niet mijn verantwoordelijkheid.’
‘Jij hebt zaterdag een scène gemaakt.’
‘Jij kwam binnen met werknemer aan je arm.’
‘Daar gaat het niet om.’
‘Volgens HR misschien wel.’
Hij zweeg.
‘Dus je hebt met haar gesproken.’
‘Zij belde mij.’
‘Wat heb je gezegd?’
‘Waarheid.’
‘Wat precies?’
‘Dat Valerie volgens mij aan jou rapporteert.’
Hij vloekte.
‘Marjolein, begrijp je dat honderden mensen van mijn positie afhankelijk zijn?’
Ik kon bijna niet geloven dat hij zin uitsprak.
‘Jouw promotie is niet economische stabiliteit van honderden mensen.’
‘Je weet wat ik bedoel.’
‘Nee. Maar ik herken truc.’
‘Welke truc?’
‘Een keuze van jou veranderen in verantwoordelijkheid van mij.’
Hij werd stil.
Ik hoorde eigen hartslag.
Deze nieuwe versie van mij beviel me.
En maakte me bang.
Alexander zei uiteindelijk:
‘Ik moet ophangen.’
‘Prima.’
‘We praten later.’
‘Via advocaten over geld. Rechtstreeks over kinderen.’
‘Je bent ineens heel zakelijk.’
‘Dat heb ik van jou geleerd.’
Ik hing op.
Een week later werd zijn promotie tijdelijk opgeschort.
Niet ingetrokken.
Vermeer Mobility stelde onafhankelijk onderzoek in naar mogelijke belangenverstrengeling.
Valerie werd tijdelijk onder andere manager geplaatst.
Alexander bleef in dienst.
Ik voelde geen vreugde.
Als zijn inkomen instortte, raakte dat ook kinderen en onze financiële afwikkeling.
Maar hij zag het als mijn wraak.
Hij stuurde:
Gefeliciteerd. Je hebt precies bereikt wat je wilde.
Ik antwoordde:
Ik heb HR niet gebeld en ik bepaal hun onderzoek niet.
Hij:
Jij hebt iedereen uitgenodigd.
Ik keek naar bericht.
Daar had hij technisch gelijk.
Ik had iedereen uitgenodigd.
Alleen niet om hem te betrappen.
Om hem te vieren.
Het was bijna te pijnlijk om ironisch te zijn.