Ik bleef halverwege de trap staan, met Haileys gehuil boven me en Sophies woorden in mijn oor.
‘Wat bedoel je met: zij is niet zijn minnares?’
‘Precies wat ik zeg.’
‘Dan moet je me haar naam geven.’
‘Dat kan ik niet.’
‘Je belt me om te vertellen dat mijn man zijn begunstigde probeert te veranderen naar een mysterieuze vrouw, maar haar naam is ineens vertrouwelijk?’
‘Ik begrijp dat je boos bent.’
‘Nee, Sophie. Je begrijpt helemaal niets.’
Boven werd Haileys gehuil luider.
‘Ik moet naar mijn dochter.’
‘Wacht.’
Ik stopte.
‘Er is nog iets.’
Mijn maag trok samen.
‘Wat?’
‘De wijziging is niet verwerkt.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat er informatie ontbrak. Liam moest aanvullende documenten aanleveren.’
‘Welke documenten?’
‘Daar kan ik niet verder op ingaan.’
Ik lachte bitter. ‘Natuurlijk niet.’
‘Maar luister naar me. Als Liam contact met je opneemt en vraagt of je iets wilt ondertekenen, teken dan niets voordat je precies weet wat het is.’
Mijn hand verstrakte om de telefoon.
‘Heeft hij iets ingediend met mijn naam erop?’
Een stilte.
Te lang.
‘Sophie?’
‘Ik moet ophangen.’
‘Heeft hij mijn handtekening gebruikt?’
De verbinding werd verbroken.
Ik staarde naar mijn telefoon.
Toen rende ik naar boven.
Hailey lag rood aangelopen in haar wiegje. Zodra ik haar oppakte, drukte ze haar gezicht tegen mijn borst. Ik wiegde haar door de kamer terwijl mijn gedachten alle kanten op schoten.
Een andere vrouw.
Een verzekering.
Ontbrekende documenten.
Mijn handtekening.
Voor het eerst sinds ik dat telefoongesprek had gehoord, voelde de affaire bijna als het eenvoudigste deel van het probleem.
Die avond stuurde Liam een bericht.
Ik kom morgen wat spullen halen. We moeten ook een paar administratieve dingen regelen.
Ik las het drie keer.
Sophies waarschuwing klonk onmiddellijk in mijn hoofd.
Ik antwoordde alleen:
Welke administratieve dingen?
De drie puntjes verschenen.
Verdwenen.
Verschenen opnieuw.
Niets bijzonders. Verzekering, gezamenlijke rekening, praktische dingen als we tijdelijk apart wonen.
Mijn huid werd koud.
Stuur ze eerst maar naar me.
Hij reageerde bijna onmiddellijk.
Kunnen we alsjeblieft één keer normaal doen?
Ik antwoordde niet.
De volgende ochtend kwam Liam rond negen uur.
Hij droeg dezelfde jas als de avond van ons jubileumdiner en had een dunne map onder zijn arm.
Ik liet hem binnen, maar bleef tussen hem en de woonkamer staan.
‘Hailey slaapt.’
‘Ik kwam niet om ruzie te maken.’
‘Mooi.’
Hij legde de map op tafel.
‘Dit zijn gewoon een paar formulieren.’
Ik raakte ze niet aan.
‘Waarvoor?’
‘Zoals ik gisteren zei. Administratie.’
‘Welke administratie?’
Zijn geduld verdween zichtbaar.
‘Moeten we echt over ieder woord discussiëren?’
‘Ja.’
Hij opende de map en schoof een formulier naar me toe.
‘Onze gezamenlijke verzekering moet worden aangepast als we voorlopig apart wonen.’
Ik keek naar de gemarkeerde plek onderaan.
Mijn handtekening.
‘Waarom moet dit nu?’
‘Omdat ik het geregeld wil hebben.’
‘Wie is je nieuwe begunstigde?’
Liam bevroor.
Het duurde misschien één seconde.
Maar ik zag het.
‘Waar heb je dat vandaan?’
‘Beantwoord de vraag.’
‘Heeft Sophie je gebeld?’
Ik zei niets.
Hij duwde zijn stoel naar achteren.
‘Ongelooflijk.’
‘Wie is ze, Liam?’
‘Sophie had nooit toegang mogen gebruiken om privégegevens te bekijken.’
‘Dus het klopt.’
‘Dat zeg ik niet.’
‘Je hoeft het niet te zeggen.’
Hij begon de papieren terug in de map te stoppen.
Ik trok het bovenste vel naar me toe.
‘Laat los.’
‘Waarom?’
‘Omdat het mijn document is.’
‘Met mijn handtekening erop.’
‘Er staat nog geen handtekening.’
‘Maar je wilt er één.’
Hij keek me aan.
‘Je bent paranoïde geworden.’
Die woorden maakten me vreemd genoeg kalm.
Ik liet het papier los.
‘Ga.’
‘Prima.’
Hij stopte alles terug in zijn tas en liep naar boven om kleding te halen.
Terwijl hij weg was, keek ik naar de stoel waar de map had gelegen.
Daar lag een klein geel plakbriefje.
Waarschijnlijk uit de map gevallen.
Er stond slechts een nummer op.
Geen naam.
Ik maakte er snel een foto van en liet het briefje liggen.
Tien minuten later vertrok Liam.
Pas toen Hailey weer sliep, belde ik het nummer.
Een vrouw nam op.
‘Goedemiddag, kantoor De Wit Notariaat.’
Mijn hart sloeg over.
‘Sorry,’ zei ik. ‘Ik denk dat ik het verkeerde nummer heb.’
‘Geen probleem.’
Ik wilde ophangen.
Toen hoorde ik mezelf vragen:
‘Kent u toevallig Liam?’
De vrouw werd stil.
‘Mag ik vragen wie u bent?’
Ik noemde mijn naam.
Aan de andere kant hoorde ik getik op een toetsenbord.
‘Een ogenblik.’
Mijn hart bonsde zo hard dat ik het in mijn keel voelde.
Toen kwam ze terug.
Haar stem was veranderd.
Formeler.
Voorzichtiger.
‘Mevrouw, ik kan telefonisch geen inhoudelijke informatie geven. Maar uw naam staat inderdaad in een dossier waarvoor wij nog op uw bevestiging wachten.’
Ik ging zitten.
‘Mijn bevestiging waarvoor?’
‘Daar kan ik zonder identiteitscontrole niet op ingaan.’
‘Heb ik een afspraak gemaakt?’
‘Niet persoonlijk.’
‘Heeft mijn man die gemaakt?’
Opnieuw die voorzichtige stilte.
‘Er is namens u contact opgenomen.’
Ik voelde mijn vingers koud worden.
‘Wanneer?’
‘Vorige week.’
Vorige week.
Terwijl ik thuis Hailey voedde.
Terwijl Liam zogenaamd tot laat werkte.
‘Kunt u mij ten minste zeggen of ik iets heb ondertekend?’
De vrouw aarzelde.
‘Er staat een document in het dossier met een handtekening die als de uwe is aangeleverd.’
Ik kon nauwelijks ademhalen.
‘Maar ik heb niets ondertekend.’
Het bleef enkele seconden stil.
Toen zei ze:
‘In dat geval, mevrouw, raad ik u aan vandaag nog persoonlijk langs te komen.’
‘Waarom?’
‘Omdat het document betrekking heeft op een wijziging die veel groter is dan alleen een verzekering.’
Ik keek naar Hailey, slapend in haar wiegje.
‘Welke wijziging?’
De vrouw sprak nu heel langzaam.
‘Een wijziging in het eigendom van uw woning.’