MIJN MOEDER ZETTE ME OP MIJN NEGENTIENDE HET HUIS UIT ZODAT MIJN ZWANGERE TWEELINGZUS MIJN KAMER KON KRIJGEN

Nee.

Alleen een private overeenkomst.

Dat maakte het juridisch veel zwakker dan Grant waarschijnlijk dacht.

Maar nog steeds ernstig.

Want het document leek bedoeld om druk uit te oefenen.

Misschien op mij.

Misschien op een bank.

Misschien op iemand anders.


Toen kwam mijn beveiligingsmanager met nog iets.

“Daan?”

Hij hield een plastic map vast.

“Dit zat achter het bedieningskastje.”

“Meer papieren?”

“Ja.”

Grant werd zichtbaar bleek.

Ik zag het.

De agent ook.

“Wat zit erin?” vroeg ze.

Daan gaf het aan haar.

Binnenin zaten kopieën van kadastrale gegevens.

Foto’s van mijn terrein.

Een oud uittreksel van mijn bedrijf.

En een e-mail.

Afgedrukt.

Van Grant aan iemand genaamd M. Koster.

Onderwerp:

Overdracht familiebezit — urgent.

Mijn maag trok samen.


De agent las een gedeelte hardop.

“Als Sienna weigert vrijwillig te erkennen dat Colette medegerechtigde is, kunnen we aantonen dat zij eerder mondeling akkoord is gegaan en het document alleen later ontkent.”

Ik keek naar Grant.

Hij keek niet meer terug.

De agent ging verder.

“De woning is vrij van hypotheek en de bedrijfsgrond heeft aanzienlijke overwaarde. Zodra het gebruiksrecht is bevestigd, kunnen we kijken naar financiering.”

Daar was het.

Niet alleen wonen.

Geld.

Altijd geld.


“Welke financiering?” vroeg ik.

Grant antwoordde niet.

Colette keek naar hem.

“Grant?”

Hij keek naar haar.

“Niet hier.”

Ze werd bleek.

“Welke financiering?”

Mijn moeder zei snel:

“Dit is niet de plek.”

Colette draaide zich naar haar.

“Jij wist hiervan?”

Dat was nieuw.

Voor het eerst stonden zij niet meer aan dezelfde kant.


De politie liet hen die middag vertrekken.

Niet omdat er niets aan de hand was.

Maar omdat niemand op heterdaad was betrapt op een misdrijf dat directe aanhouding vereiste.

Grant had de poort niet daadwerkelijk doorgeknipt.

Het document werd meegenomen.

De e-mail ook.

En ik kreeg het advies direct een advocaat te bellen.

Dat deed ik nog voordat de verhuiswagen de straat uit was.


Mijn advocaat, Nora Koster, kende mijn bedrijf al jaren.

Toen ik haar de naam M. Koster noemde, werd ze stil.

“Niet familie van mij,” zei ze meteen.

“Dat vroeg ik niet.”

“Je dacht het wel.”

“Een beetje.”

Ze zuchtte.

“Stuur alles door.”

Twee uur later belde ze terug.

“Sienna.”

“Ja.”

“Die M. Koster is waarschijnlijk Martin Koster.”

“Wie is dat?”

“Een financieel adviseur die drie jaar geleden zijn vergunning is kwijtgeraakt.”

“Waarom?”

“Misleidende kredietaanvragen, vervalste inkomensstukken, dat soort dingen.”

Mijn maag werd koud.

“Dus Grant kende hem.”

“Blijkbaar.”


Nora begon te graven.

En hoe dieper ze ging, hoe smeriger het werd.

Grant had drie jaar eerder geprobeerd een bedrijfslening te krijgen van €280.000.

Voor een franchiseconcept.

Hij had nauwelijks eigen vermogen.

Geen stabiele omzet.

Te veel schulden.

De bank had hem afgewezen.

Daarna kwam Martin Koster in beeld.

Hij had voorgesteld dat Grant “familievermogen” als zekerheid kon opvoeren.

Mijn terrein.

Mijn bedrijf.

Mijn naam.


“Maar hij kon mijn bezit toch niet zomaar gebruiken?”

“Nee.”

“Dus waarom het document?”

“Om de indruk te wekken dat Colette economisch belang had.”

“Zonder registratie?”

“Voor een bank die goed controleert niet genoeg.”

“Maar voor een alternatieve financier?”

“Misschien.”

Ik voelde mijn handen koud worden.

“Is er geld geleend?”

“Dat zoeken we uit.”


De volgende ochtend belde Nora opnieuw.

“Ja.”

“Er is geld geleend.”

Hoeveel?

€165.000.

Niet door een bank.

Door een particuliere kredietverstrekker.

Op naam van Grants bedrijf.

Met een verklaring dat Colette een economisch belang in mijn vastgoed had.

Mijn vermeende handtekening was bijgevoegd.

Ik moest gaan zitten.

“Wat is er met dat geld gebeurd?”