DEEL 14 — DE ZWARTE JURK
De zwarte jurk van Marleen hing jaren in kast.
Ik probeerde hem terug te geven.
Zij weigerde.
‘Die jurk heeft meer meegemaakt dan ik. Hij blijft bij jou.’
De blauwe galajurk?
De stukken zaten in doos.
Ik wist lang niet waarom ik ze bewaarde.
Niet als bewijs.
Gerda had schade vergoed.
Niet als martelaarsreliek.
Op een dag vroeg ons programma Eigen Rekening deelnemers iets mee te nemen dat symbool stond voor ‘iets wat zij niet meer wilden dragen’.
Een vrouw bracht oude sleutel van huis.
Een ander een creditcard op naam van ex.
Een vrouw foto van perfect kerstdiner.
Ik nam blauwe stof mee.
Niet alle stukken.
Eén mouw.
Ik vertelde niet wie knipte.
Alleen:
‘Ik dacht ooit dat als iemand mijn plannen onmogelijk maakte, ik mij moest aanpassen.’
Een deelnemer vroeg:
‘En nu?’
‘Nu vraag ik eerst of probleem werkelijk van mij is.’
Na workshop wilde ik stof terug in doos.
Een jonge vrouw zei:
‘Waarom maak je er niet iets van?’
‘Wat?’
‘Geen jurk.’
Ze glimlachte.
‘Zak. Kussen. Iets nuttigs.’
Marleen hoorde.
‘We maken vlag.’
‘Absoluut niet.’
Uiteindelijk naaide vrijwilliger een smalle boekenlegger van stof.
Eenvoudig.
Die gebruikte ik in agenda.
Niet omdat pijn productief moet worden.
Soms mag afval afval blijven.
Maar ik vond het prettig dat stof weer iets deed zonder dat iemand hem hoefde te dragen.