DEEL 13 — DE SCHEIDING
Na negen maanden apart wonen wist ik het.
Niet omdat Jeroen opnieuw fout deed.
Juist omdat hij veel beter deed.
Dat maakte beslissing eerlijker.
Ik hoefde niet te wachten op nieuwe ramp om toestemming te voelen weg te gaan.
We zaten bij therapeut.
Ik zei:
‘Ik wil scheiden.’
Jeroen sloot ogen.
Geen woede.
‘Weet je het zeker?’
‘Ja.’
‘Omdat je niet van me houdt?’
Ik begon te huilen.
‘Ik hou nog van delen van ons.’
Dat is één van wreedste waarheden.
‘Maar ik wil niet terug naar huwelijk.’
Hij huilde.
‘Dus verandering was te laat.’
‘Voor ons misschien.’
‘Dat is zo oneerlijk.’
‘Ja.’
Anouk zei niets.
Jeroen:
‘Ik heb alles gedaan.’
Ik keek hem aan.
‘Niet om mij terug te verdienen.’
Hij knikte, boos.
‘Weet ik.’
‘Verandering is geen transactie.’
‘Weet ik.’
‘Je wordt niet goede partner en krijgt huwelijk als beloning.’
‘Ik weet het!’
Hij sloeg vlakke hand op knie.
Daarna zachter:
‘Ik weet het.’
We zaten.
Drieëntwintig jaar.
We wilden geen oorlog.
Huwelijkse voorwaarden maakten onderneming eenvoudiger.
Huis werd verkocht.
Niet omdat niemand kon uitkopen.
Omdat we beiden nieuw begin wilden.
Opbrengst volgens eigendomsverhouding.
Pensioenafspraken via advocaten.
Persoonlijke spullen.
Gerda’s servies bleek bij ons in kelder.
Ik stuurde het terug.
Zij schreef:
Dank.
Geen drama.
Stichting bleef volledig buiten boedel; zij was zelfstandige rechtspersoon, geen privépot.
Jeroen zei ooit:
‘Mensen denken vast dat je nu alles houdt.’
‘Welke mensen?’
‘Familie.’
‘Laat ze.’
‘Vroeger zou jij ze uitleggen.’
‘Vroeger.’
Hij glimlachte verdrietig.
Bij notaris na laatste stukken zei hij:
‘Ik ben trots op je.’
Ik keek.
‘Dat had ik eerder vaker moeten zeggen.’
‘Ja.’
‘En niet alleen wanneer anderen prijs geven.’
Mijn keel trok.
‘Ja.’
We omhelsden.
Niet romantisch.
Geen twijfel.
Afscheid.