DEEL 12 — JEROEN EN FLEUR
Jeroen moest nog ander gesprek voeren.
Met zijn dochter.
Fleur had na prijsuitreiking afstand genomen.
Niet volledig.
Maar ze nam zijn telefoontjes minder vaak op.
Hij vroeg mij:
‘Weet jij waarom?’
‘Vraag haar.’
‘Ze praat liever met jou.’
‘Dat is deel van probleem.’
Hij begreep.
Ze spraken zonder mij.
Fleur vertelde me later pas.
‘Pap vroeg of ik hem slechte vader vond.’
‘Wat zei je?’
‘Dat dat luie vraag was.’
Ik lachte.
‘Goed.’
‘Ik zei: soms was je goede vader, soms liet je vrouwen om je heen emotioneel werk doen dat jij niet wilde.’
Dat was scherp.
‘Wat antwoordde hij?’
‘Dat hij niet wist wat emotioneel werk was.’
‘Natuurlijk.’
Fleur legde uit.
Verjaardagen onthouden.
Verzoeningen regelen.
Voelen wie boos is.
Gerda kalmeren.
Fleur opvangen.
Familie bijeenhouden.
Jeroen zei:
‘Maar Sanne is daar goed in.’
Fleur:
‘Dat betekent niet dat het gratis uit haar lichaam komt.’
Die zin vertelde ze trots.
Ik ook.
Daarna kwam tankstation.
Jeroen huilde.
‘Waarom belde je mij niet nog een keer?’
Fleur:
‘Ik had je al gebeld.’
‘Ik wist niet dat het zo erg was.’
‘Je vroeg niet.’
Die zin achtervolgde hem.
Je vroeg niet.
Over mijn stichting.
Fleurs relatie.
Mijn prijs.
Zijn moeder.
Hij was niet wreed door actief alles te negeren.
Hij had zichzelf centraal genoeg gevonden dat wat mensen niet rechtstreeks op zijn bord legden, minder echt werd.
Therapie veranderde dat langzaam.
Hij begon Fleur te bellen zonder oplossing.
‘Hoe gaat het?’
En wachtte.
Geen advies binnen dertig seconden.
Een revolutionaire man.
Fleur grapte:
‘Hij luistert nu soms zo intens dat het eng is.’