MIJN SCHOONMOEDER KNIPTE MIJN GALAJURK AAN FLARDEN ZODAT IK HAAR DINER KON SERVEREN

DEEL 11 — GERDA WAS OOK OOIT IEMAND ANDERS

Zeven maanden na jurk vroeg Gerda om gesprek.

Ik wilde nee zeggen.

Johanna’s stem in hoofd:

stop niet automatisch met luisteren omdat je eindelijk nee kunt.

Dus:

openbaar café.

Een uur.

Gerda kwam zonder make-up.

Dat had ik bijna nooit gezien.

‘Je ziet er moe uit,’ zei ik.

‘Dank.’

‘Niet belediging.’

‘Weet ik.’

Ze roerde thee.

‘Jeroen zegt dat jullie misschien uit elkaar gaan.’

‘Dat is tussen ons.’

‘Door mij.’

‘Niet alleen.’

‘Maar jurk.’

‘Was katalysator.’

Ze knikte alsof woord uit rapport kwam.

‘Ik heb ook ooit zo’n avond gehad.’

Ik keek.

Gerda vertelde.

Ze was vierentwintig toen ze Willem trouwde.

Ze zong.

Geen professionele ster.

Maar serieus.

Conservatorium voorbereidende lessen.

Een band.

Optredens.

Toen zwanger van Jeroen? Actually Jeroen maybe older than Fleur? Fleur is Jeroen's daughter, Gerda Jeroen's mother. Sure.

Haar schoonmoeder vond dat getrouwde vrouw ’s avonds niet op podia hoorde.

Willem wilde geen conflicten.

Gerda stopte.

‘Waarom?’

‘Omdat iedereen zei dat gezin belangrijker was.’

‘Had u spijt?’

Ze keek scherp.

‘Ik hield van mijn kinderen.’

‘Dat was niet vraag.’

Lange stilte.

‘Ja.’

Daar was het.

‘Ik dacht altijd dat goede vrouwen dingen opgeven.’

‘En daarom moest ik dat ook.’

Ze begon te huilen.

‘Misschien.’

Niet excuus.

Wel patroon.

‘Toen jij stichting groter maakte…’

‘Voelde dat?’

‘Alsof jij regels brak waar ik mijn leven aan had gehouden.’

Ik keek naar haar.

‘Dus u strafte mij voor vrijheid die u zelf niet had genomen.’

Ze kromp.

‘Dat klinkt heel lelijk.’

‘Het ís lelijk.’

‘Ik weet.’

‘Waarom jurk?’

‘Omdat ik wist dat als je niets had om aan te trekken, je misschien thuisbleef.’

‘Dat is controle.’

‘Ja.’

‘Heeft u spijt omdat Jeroen boos werd of omdat het verkeerd was?’

Gerda keek mij aan.

Deze keer dacht ze echt.

‘Omdat ik zag wat Fleur zei.’

‘Wat?’

‘Dat familie er voor jou had moeten zijn.’

Ze veegde tranen.

‘Ik heb jou jarenlang familie genoemd als ik iets nodig had. Maar toen jij iets had, vond ik het opscheppen.’

Dat was pijnlijk helder.

‘Dat klopt.’

‘Sorry.’

Ik voelde geen bevrijding.

Geen magisch warm gevoel.

‘Dank.’

Ze wachtte.

‘Is dat alles?’

‘Wat verwacht u?’

‘Dat weet ik niet.’

‘Ik vergeef u niet op commando.’

Ze knikte.

‘Fair.’

‘En zelfs als ik vergeef, betekent dat niet dat oude rol terugkomt.’

‘Ik begrijp.’

Ik wist niet of ze echt begreep.

Maar ze probeerde.

Dat was meer dan eerder.