DEEL 10 — DE PRIJS MAAKTE MIJN WERK NIET MAKKELIJKER
Na televisie-uitzending explodeerde aandacht voor Tweede Hoofdstuk.
Donaties stegen.
Aanmeldingen ook.
Pers wilde verhalen.
Een bedrijf bood enorme sponsorovereenkomst als wij hun naam prominent op noodwoningen zetten.
Bestuur wees af.
‘Waarom?’ vroeg journalist.
‘Omdat vrouwen geen reclamebord zijn.’
De prijs bracht ook kritiek.
‘Waarom bestaat een stichting specifiek voor vrouwen?’
‘Waarom helpt men niet mannen?’
‘Is financiële afhankelijkheid altijd probleem?’
Goede en slechte vragen.
We moesten professioneler worden.
Meer wachtlijsten.
Meer druk.
Ik merkte gevaar waar Johanna voor waarschuwde.
Mensen wilden Sanne.
Niet organisatie.
‘Kan Sanne persoonlijk spreken?’
‘Kan Sanne mijn zus bellen?’
‘Kan Sanne onze campagne dragen?’
Bestuursvoorzitter Fatima? We already used Fatima in previous story but no issue. Let's choose Mieke.
Mieke zei:
‘Je moet minder zichtbaar.’
‘Na prijs?’
‘Juist.’
‘Maar donaties—’
‘Stichting mag niet afhankelijk worden van jouw gezicht.’
Dat deed pijn.
En opluchting.
Ik bouwde tweede lijn.
Marleen werd coördinator ervaringsdeskundigen.
Niet omdat eerste cliënt sentimentaliteit.
Ze had opleidingen gevolgd.
Jaren werkervaring.
Geschikt.
We startten programma Eigen Rekening:
praktische workshops over bankzaken, pensioen, contracten, inkomenspositie en onbetaalde zorg.
Niet met boodschap:
laat je man.
Wel:
weet wat je tekent.
Weet wat er binnenkomt.
Heb toegang tot eigen gegevens.
Bespreek geld.
Een huwelijk kan liefdevol zijn en financiële transparantie nodig hebben.
Johanna werd beschermvrouw van programma.
Geen operationele rol.
Op eerste bijeenkomst zei ze:
‘Onafhankelijkheid is niet hetzelfde als alleen willen zijn. Het betekent dat blijven een keuze blijft.’
Ik zat vooraan.
Die zin ging niet over mij.
Maar voelde wel zo.