MIJN SCHOONMOEDER KNIPTE MIJN GALAJURK AAN FLARDEN ZODAT IK HAAR DINER KON SERVEREN

DEEL 9 — HET HUIS

Wij bezaten ons huis samen.

Geen villa.

Een ruime jaren-dertigwoning in Amstelveen.

Hypotheek bijna afbetaald.

Getrouwd in 2002? 23 years before 2026 => 2003. Under general community property unless prenup. Let's say they had huwelijkse voorwaarden because Jeroen self-employed. Fine.

We waren op huwelijkse voorwaarden getrouwd vanwege zijn onderneming.

Huis ieder voor helft.

Pensioenen volgens wettelijke/contractuele afspraken.

Mijn stichting was een rechtspersoon met zelfstandig bestuur.

Niet mijn privébezit.

Jeroen had daar nooit aanspraak op.

Dat werd relevant toen wij na vijf maanden therapie besloten tijdelijk apart te wonen.

Niet meteen scheiding.

Ik verhuisde naar klein appartement dat stichting gebruikte als tijdelijke projectwoning? Bad conflict. Better private rental via own money, not stichting. Fine.

Ik huurde gemeubileerd appartement in Amstelveen.

Zes maanden.

Marleen:

‘Je kunt bij mij.’

‘Nee.’

‘Waarom?’

‘Ik wil weten hoe alleen zijn voelt.’

Eerste avond voelde verschrikkelijk.

Geen Jeroen.

Geen Gerda.

Geen stapel familiepost.

Maar ook geen bekende geluiden.

Ik sliep met televisie aan.

De tweede week voelde stilte minder als straf.

Ik at om negen uur als ik wilde.

Liet bord staan tot ochtend.

Niemand stierf.

Jeroen leerde thuis koken.

Echt.

Niet pasta met sauspot.

Hij stuurde een foto van verbrande lasagne.

Ik antwoordde:

Gedurfde korst.

Hij:

Je mist me.

De lasagne niet.

We konden lachen.

Dat maakte beslissing juist moeilijker.

Een huwelijk hoeft niet totaal giftig te zijn om te eindigen.

Soms zijn er nog grappen.

Zorg.

Geschiedenis.

Alleen geen thuisgevoel meer.

Na vier maanden apart vroeg Jeroen:

‘Wil je terug?’

Ik antwoordde:

‘Ik wil niet terug naar oude huis.’

‘We kunnen nieuw patroon.’

‘In hetzelfde huis?’

‘Waarom niet?’

Ik keek naar hem.

Omdat iedere kast herinnering aan taken had.

Maar dat was symbolisch, niet doorslaggevend.

Echte vraag:

vertrouwde ik dat hij mij zou verdedigen wanneer Gerda morgen opnieuw grens overschreed?

Hij had inmiddels grens gesteld.

Gerda kwam alleen op afspraak.

Geen sleutel meer.

Dat was groot.

Maar wanneer ik aan glimlach bij verknipte jurk dacht, trok mijn lichaam nog dicht.

‘Ik weet het niet,’ zei ik.

Hij knikte.

‘Ik haat dat antwoord.’

‘Ik ook.’