DEEL 6 — FLEUR VERTELDE MIJ WAT ZIJ AL JAREN ZAG
Ik ging niet direct weg.
Wel stopte ik met functioneren alsof niets was gebeurd.
Dat bleek revolutionair.
Ik kookte niet automatisch voor Gerda.
Ik belde niet om te vragen of zij boodschappen nodig had.
Ik stuurde familieverjaardagen niet meer drie dagen van tevoren naar Jeroen.
Toen zijn neef jarig was en Jeroen het vergat, kreeg hij zelf boze app.
‘Waarom heb je me niet herinnerd?’
‘Omdat hij jouw neef is.’
Hij keek alsof ik nieuwe taal sprak.
Op woensdag kwam Fleur.
Met taart.
‘Voor prijs.’
‘Een week te laat.’
‘Ik ben familie. Wij werken traag.’
We lachten.
Daarna keek ze serieus.
‘Hoe gaat het?’
‘Slecht.’
‘Goed.’
Ik trok wenkbrauw op.
‘Niet goed dat het slecht gaat. Goed dat je niet “prima” zegt.’
We zaten in keuken.
Fleur was achtentwintig.
Marketingmanager.
Slim.
Te snel met grappen wanneer iets pijn deed.
‘Waarom heb je nooit gezegd dat je vader mij zo behandelde?’
Ze keek geschokt.
‘Omdat jij het wist.’
‘Niet zoals nu.’
‘Sanne.’
Ze pakte mijn hand.
‘Papa heeft je niet altijd slecht behandeld.’
‘Weet ik.’
‘Maar hij heeft wel jaren toegestaan dat oma jouw tijd gebruikte alsof hij van familie was.’
‘Waarom zei je niets?’
‘Omdat jij het ook toestond.’
Pijnlijk.
‘Klopt.’
‘En omdat ik er zelf van profiteerde.’
‘Jij was kind.’
‘Niet altijd.’
Ze keek naar tafel.
‘Die avond bij tankstation…’
‘Daar hoef je niks voor terug.’
‘Weet ik.’
‘Echt?’
Ze knikte.
‘Daar gaat het niet om.’
Fleur vertelde meer dan ik wist.
Na tankstation had ze niet alleen relatie beëindigd.
Ze had weken later één van workshops van Tweede Hoofdstuk gevolgd.
Niet onder eigen achternaam.
Niet door mij begeleid.
Ze wilde niet dat ik wist.
‘Waarom?’
‘Omdat ik dacht dat jij dan zou denken dat je gefaald had.’
Mijn ogen vulden.
‘Fleur.’
‘Ik zat bij groep en hoorde vrouwen zeggen dat ze hun eigen oordeel niet vertrouwden. Ik dacht: shit, dat doe ik ook.’
Ze had via collega van mij therapeut gezocht.
Juridisch advies had ze niet nodig.
Wel herstel.
‘Waarom heb je mij dit nooit verteld?’
‘Omdat ik wilde dat iets van mijzelf was.’
Ik begreep.
Heel goed.
‘En pap?’
‘Weet hij niet.’
‘Waarom niet?’
Ze lachte bitter.
‘Omdat hij tegen mij zei dat mijn ex “eigenlijk best nette jongen” was en dat ik misschien niet zo snel relaties moest weggooien.’
Mijn kaak spande.
‘Dat wist ik niet.’
‘Jij hoefde niet alles te weten.’
‘Nee.’
Fleur keek naar mij.
‘Maar ik wil iets zeggen wat je niet leuk vindt.’
‘Kom maar.’
‘Oma heeft jou slecht behandeld.’
‘Ja.’
‘Papa heeft dat toegestaan.’
‘Ja.’
‘Maar jij hebt jezelf ook heel lang aangeboden.’
Stilte.
‘Wat bedoel je?’
‘Als oma zei “wie kookt?”, zei jij al “ik”. Als pap iets vergat, had jij het al geregeld vóór hij merkte dat hij het vergeten was.’
‘Dus het is mijn schuld?’
‘Nee.’
Ze schudde hoofd.
‘Maar als je alleen verhaal maakt waarin zij alles van jou afpakten, vergeet je dat jij ook steeds gaf zonder te vragen of het nog liefde was.’
Dat kwam keihard binnen.
Omdat ze gelijk had.
Mijn stichting leerde vrouwen verantwoordelijkheid terugpakken zonder zichzelf schuld te geven voor andermans gedrag.
Blijkbaar moest ik dezelfde nuance bij mezelf toepassen.
‘Wat moet ik dan doen?’
Fleur glimlachte verdrietig.
‘Geen idee. Ik ben achtentwintig.’
We lachten door tranen.
‘Maar blijf alsjeblieft niet alleen omdat papa vroeger leuk was.’
‘En niet weg alleen omdat iedereen dat van mij verwacht?’
‘Precies.’
Johanna en Fleur zeiden hetzelfde.
Kies niet voor symbool.
Kies voor leven.