Mijn vader gaf mij weg aan een dove boer voor vijftig gulden schuld. Tijdens de kerkdienst fluisterde iemand: “Vijftig gulden is nog ruim betaald voor haar.” Drie weken later zakte Elias bij de kachel in elkaar met beide handen tegen zijn oor. Onder het bloed bewoog iets zwarts. Ik trok er met een verhit pincet eerst een parasiet uit en daarna een groen uitgeslagen stukje koper met twee letters: B.W. Elias was niet doof geboren.

Ik hing was op.

Elias repareerde het hek.

“De schuld is weg,” zei mijn vader.

“Dan heeft de weddenschap toch gewerkt.”

Hij kromp in elkaar.

“Ik wist niet wat ze met Elias hadden gedaan.”

“Maar je wist wat je met mij deed.”

Hij keek naar de grond.

“Ik dacht dat je een huis zou hebben.”

“Je dacht dat jij geen schuld meer zou hebben.”

Elias kwam dichterbij.

Mijn vader keek hem aan.

“Het spijt me.”

Elias pakte zijn schrift.

`Tegen haar meer.`

Mijn vader las het.

“Klara…”

“Niet vandaag.”

Hij liep terug naar de weg.

Ik riep hem niet na.

Elias kreeg zijn gehoor niet terug.

Een arts uit Assen kon alleen zeggen dat de schade te oud was. Soms voelde Elias een deur dichtslaan door de vloer. Soms draaide hij zich naar een zware klap omdat de lucht bewoog.

Maar horen zoals vroeger deed hij niet meer.

Op een ochtend werd ik wakker en lag zijn deken niet bij de kachel.

Hij zat aan tafel met het oude schrift.

Naast hem lag het stukje koper, gewikkeld in een afgesneden strook van mijn trouwsluier.

Hij schreef lang.

Toen draaide hij het schrift naar me toe.

`Als u door de keuken loopt, trillen de planken anders. Ik weet dat u het bent.`

Ik ging tegenover hem zitten.

`En als ik wegga?`

Hij las het.

Even keek hij naar de deur.

Toen schreef hij:

`De deur is van u.`

Op onze huwelijksnacht dacht ik dat die deur achter mij dicht was gegaan.

Dat de stad zijn weddenschap had gewonnen.

Nu lag de sleutel tussen ons op tafel.

Niemand hield hem vast.

Ik stopte het koperen stukje in een oud theeblik.

Niet voor een rechter.

Voor mezelf.

B.W.

Twee letters waardoor een heel dorp twintig jaar had gedaan alsof het niets hoorde.