DEEL 7 — MIJN OUDERS PROBEERDEN LOTTE NIET TE KOPEN; ZE DEDEN IETS SUBTIELERS
Mijn moeder kwam vaker langs.
Met pannenkoeken.
Boeken.
Geen designerjurken.
Slimmer.
Ze zei nooit meer iets over erfenis wanneer ik erbij was.
Maar Lotte begon vreemde vragen te stellen.
‘Papa, waarom werk jij niet bij oma?’
‘Omdat ik docent ben.’
‘Oma zegt dat jij slim genoeg bent om baas te zijn.’
Mijn wenkbrauw ging omhoog.
‘Wie zei dat?’
‘Oma Monique.’
Mijn moeder.
‘Nog iets?’
‘Ze zei dat mama zou willen dat ik later familie help.’
Daar.
Niet kopen.
Vormen.
Ik belde haar.
‘Niet doen.’
‘Wat?’
‘Met Lotte praten over haar toekomstige rol.’
‘Ik zei alleen—’
‘Niet doen.’
‘Ze moet toch voorbereid worden?’
‘Ze is zes.’
‘Zeven bijna.’
‘Nog steeds geen corporate succession plan.’
‘Daan, jij kunt haar niet eeuwig onwetend houden.’
‘Dat ben ik ook niet van plan.’
‘Wanneer dan?’
‘Wanneer onafhankelijke begeleiders en ik vinden dat ze leeftijd heeft om informatie te begrijpen zonder dat volwassenen haar loyaliteit sturen.’
Mijn moeder werd stil.
‘Je vertrouwt mij niet.’
‘Op dit onderwerp? Nee.’
Pijnlijk.
Maar waar.
‘Ik ben haar oma.’
‘En juist daarom kan jouw mening zwaar voelen.’
‘Ik wil alleen dat ze familie niet afwijst zoals jij.’
Daar zat agenda.
‘Ik heb familie niet afgewezen.’
‘Je bent weggegaan.’
‘Van bedrijf.’
‘Dat is in onze familie hetzelfde.’
‘En dat is precies probleem.’
We spraken twee maanden nauwelijks.
Lotte merkte.
‘Heb je ruzie met oma?’
‘Een beetje.’
‘Door mij?’
‘Nee.’
‘Door geld?’
‘Een beetje.’
Ze zuchtte.
‘Geld is irritant.’
‘Heel.’
‘Waarom willen mensen het dan?’
Ik glimlachte.
‘Omdat het ook heel handig is.’
Ze dacht.
‘Zoals een stofzuiger?’
‘Bijna.’
Dat werd onze metafoor.
Geld was een dure stofzuiger.
Handig.
Maar niemand hoort van je te houden omdat je een goede stofzuiger hebt.