Moet de laadkabel eerst in de auto of de laadpaal? Dit is het antwoord!

Dat is ook de reden waarom de volgorde nauwelijks verschil maakt. Zolang de verbinding correct is, regelen auto en laadpaal de rest automatisch. Het systeem voorkomt dat er zomaar vermogen door de kabel loopt terwijl de verbinding nog niet compleet is. Voor de bestuurder voelt dat misschien eenvoudig, maar achter de schermen gebeurt er dus eerst behoorlijk wat controle.

Bij gewone openbare laadpalen gebruik je in Nederland meestal een Type 2-kabel. Die kabel heeft twee aansluitingen en wordt veel gebruikt voor normaal AC-laden. Bij laadpunten met een vaste kabel heb je die keuze helemaal niet. Eén kant zit daar namelijk al vast aan de laadinstallatie en je hoeft alleen nog de stekker in de auto te steken.

Bij snelladers werkt het meestal hetzelfde. Daar hangt de zware laadkabel al aan de laadpaal. Je pakt de stekker en sluit hem rechtstreeks aan op de auto. De discussie over welke kant eerst moet, speelt daar dus helemaal niet.

Controleer altijd of het laden echt begint

Hoewel de volgorde weinig verschil maakt, kunnen er natuurlijk wel andere problemen ontstaan. Een laadkabel die niet helemaal goed is aangesloten, kan ervoor zorgen dat het laden niet start. Duw beide stekkers daarom altijd stevig in de aansluiting. Controleer daarna of de laadpaal de sessie daadwerkelijk accepteert.

Bij openbare laadpalen moet je meestal een laadpas aanbieden of een app gebruiken. Welke werkwijze geldt, kan per aanbieder verschillen. Volg daarom bij twijfel altijd de aanwijzingen op het laadpunt. Kijk vervolgens ook naar de auto zelf. Veel elektrische auto’s geven met een lampje bij de laadpoort aan wat er gebeurt.

Ook op het dashboard of in de app van de auto kun je meestal zien of de accu wordt geladen. Begint de auto niet met opladen? Controleer dan eerst de eenvoudigste oorzaken. Kijk of beide stekkers volledig zijn aangesloten en controleer daarna de laadpas. Let ook op mogelijke foutmeldingen van de laadpaal.

Instellingen in de auto kunnen eveneens een rol spelen. Sommige auto’s hebben bijvoorbeeld uitgesteld laden ingesteld. De kabel is dan correct aangesloten, maar het laden begint pas later. Dat kan handig zijn wanneer je thuis tijdens goedkopere uren wilt opladen. Wie niet weet dat deze functie actief is, kan echter denken dat de laadpaal niet werkt.

Controleer ook regelmatig de staat van de laadkabel. Zorg dat er geen beschadigingen, diepe knikken of versleten delen zichtbaar zijn. Laat niemand met een auto over de kabel rijden. Daarmee voorkom je schade en verklein je de kans op problemen tijdens het laden.

Loskoppelen vraagt meer aandacht

Na het opladen wordt de volgorde iets belangrijker. Tijdens het laden wordt een stekker namelijk vaak automatisch vergrendeld. Dat gebeurt om te voorkomen dat iemand de kabel tijdens een actieve laadsessie zomaar verwijdert. Je kunt hem daarom meestal niet direct uit de auto of laadpaal trekken.

Beëindig eerst de laadsessie. Dat kan bijvoorbeeld via een laadpas, app of de auto zelf. Vervolgens wordt de laadkabel ontgrendeld. Pas daarna kun je de stekker normaal verwijderen. Trek nooit hard aan de kabel wanneer hij nog vastzit, want daarmee kun je onderdelen beschadigen.

Zit de kabel aan de kant van de openbare laadpaal vast? Dan kan het helpen om de laadpas nogmaals aan te bieden. Soms is de laadsessie namelijk niet volledig afgesloten. Werkt dat niet, kijk dan op de laadpaal naar de gegevens van de beheerder. Die kan het laadpunt vaak op afstand opnieuw opstarten.