Moet de laadkabel eerst in de auto of de laadpaal? Dit is het antwoord!

Sta je met een losse laadkabel naast een elektrische auto? Dan heb je twee stekkers in je handen. De ene moet in de auto en de andere in de laadpaal. Veel nieuwe EV-rijders vragen zich daarom af welke stekker eigenlijk als eerste aangesloten moet worden. Gelukkig is het antwoord tegenwoordig een stuk eenvoudiger dan je misschien verwacht. Bij moderne elektrische auto’s maakt de volgorde namelijk vrijwel geen verschil meer.

Je kunt dus eerst de laadpaal aansluiten en daarna de auto. Andersom kan meestal net zo goed. De techniek controleert eerst of alles veilig en correct is aangesloten. Pas daarna begint de stroom daadwerkelijk te lopen. Toch is het verstandig om een vaste routine aan te houden. Daarmee verklein je de kans dat je bijvoorbeeld vergeet de laadsessie te starten of goed af te sluiten.

Eerst de auto of eerst de laadpaal?

Veel elektrische rijders hebben zichzelf een bepaalde volgorde aangeleerd. De ene persoon steekt de kabel altijd eerst in de laadpaal. Een andere bestuurder begint juist standaard bij de auto. Volgens de ANWB hoef je je bij moderne elektrische auto’s weinig zorgen over die keuze te maken. De moderne laadtechniek is namelijk zo ingericht dat beide aansluitingen eerst worden gecontroleerd voordat er echt stroom gaat lopen.

Vroeger werd vaker gezegd dat één bepaalde volgorde beter of veiliger was. Bij moderne laadtechniek speelt dat nauwelijks nog een rol. De kabel staat namelijk niet direct onder volledige spanning zodra je één stekker aansluit. Eerst moeten meerdere controles worden uitgevoerd. Daardoor maak je dus niet meteen iets kapot wanneer je per ongeluk de andere kant als eerste aansluit.

Dat betekent ook dat je je vaste routine gewoon kunt blijven gebruiken. Vind jij het prettig om eerst de paal aan te sluiten? Dan is daar niets mis mee. Begin je liever bij de auto? Ook dat kan meestal zonder problemen. Het belangrijkste is dat beide stekkers uiteindelijk goed vastzitten en de laadsessie ook daadwerkelijk wordt gestart.

Bij openbare laadpalen gebeurt dat meestal met een laadpas of een app. Veel laadpunten geven daarna met een lampje of ander signaal aan dat de sessie actief is. Ook in de auto kun je meestal controleren of de accu wordt opgeladen. Kijk daar altijd even naar voordat je wegloopt, zodat je zeker weet dat de auto ook echt stroom krijgt.

Er staat niet meteen stroom op de kabel

Een laadkabel voor een elektrische auto kun je niet vergelijken met een gewoon verlengsnoer. Wanneer je thuis een apparaat aansluit, staat er direct spanning op de aansluiting. Bij een elektrische auto werkt het systeem anders. De auto en laadpaal communiceren eerst met elkaar voordat het daadwerkelijke laden begint.

Ze controleren onder andere of de kabel correct is aangesloten en of de auto klaar is om energie te ontvangen. Ook wordt gekeken of de verbinding veilig genoeg is om stroom door te laten. Pas wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan het laden beginnen. Daardoor staat er dus niet meteen volledige laadstroom op de kabel zodra je één kant aansluit.