Voor €750.000.
Ik vertelde het de rechercheur.
Hij schreef niets meteen op.
Dat maakte het erger.
Twee dagen later werd ik ontslagen uit het ziekenhuis.
Niet naar huis.
Mijn zus Femke haalde me op.
Ze was negenendertig, fysiotherapeut in Leiden en de enige persoon die al jaren openlijk zei dat ze Jeroen niet vertrouwde.
‘Ik ga niet zeggen dat ik het gezegd heb,’ zei ze terwijl ze mijn tas in haar auto legde.
Ik keek haar aan.
‘Dat doe je letterlijk nu.’
‘Dat scheelt tijd.’
Het was het eerste moment sinds het ongeluk waarop mijn mond bijna een glimlach maakte.
Bij Femke thuis sliep ik slecht.
Mijn telefoon vulde zich met berichten van Jeroen.
We moeten praten.
Je maakt een enorme fout.
Die verpleegkundige heeft het verkeerd gezien.
Je weet hoe je bent als je onder stress staat.
Daarna veranderde zijn toon.
Ik maak me zorgen om je.
Ik vergeef je.
Die zin las ik drie keer.
Hij vergaf míj.
Op vrijdag belde mijn advocaat, Anouk Vermeer.
Ik kende haar via het bedrijf.
‘Marieke, ik wil je niet extra belasten, maar je vroeg me ook naar de financiële kant te kijken.’
‘Ja.’
‘Er zijn dingen die je moet zien.’
We ontmoetten elkaar in haar kantoor in Amsterdam.
Ze legde een rode map op tafel.
Mijn vaders aandelen in Van Dalen Projectontwikkeling waren na zijn overlijden voor 60 procent naar mij gegaan. De overige 40 procent zat bij een stichting administratiekantoor, met mij als belangrijkste certificaathouder.
Jeroen had geen aandelen.
Dat had hem altijd geïrriteerd.
Hij noemde het ‘ouderwetse familiecontrole’.
Anouk schoof drie bankafschriften naar me toe.
‘Herken je Meridian Consultancy B.V.?’
‘Nee.’
‘Er is in veertien maanden €186.400 vanuit privé en vanuit twee projectrekeningen naar die onderneming gegaan.’
Mijn keel trok dicht.
‘Wie is eigenaar?’
‘Niet Jeroen.’
Ze draaide een uitdraai om.
De naam was Claire de Wit.
Ik kende haar.
Niet goed.
Claire was consultant bij een vastgoedfonds waar Jeroen geregeld mee samenwerkte. Ze was achtendertig, altijd perfect gekleed en altijd net iets te vertrouwd met mijn man.
Ik had ze ooit samen zien staan tijdens een kerstborrel.
Te dicht.
Toen ik er thuis iets van zei, had Jeroen geglimlacht.
‘Je bent toch niet zo’n vrouw geworden?’
Ik had me ervoor geschaamd.
Nu lag haar bedrijfsnaam onder bijna twee ton van ons geld.
‘Hebben ze een relatie?’
Anouk keek me aan.
‘Dat weet ik niet.’
Maar we wisten het allebei.
Diezelfde middag wist ik het wel.
Niet via een privédetective.
Niet via een geheime camera.
Via een parkeerboete.
Jeroen gebruikte voor zakelijke kilometers een auto die op naam stond van onze holding. Daardoor kwamen boetes administratief bij het bedrijf terecht.
Onze office manager stuurde mij op mijn verzoek de volledige voertuigadministratie.
In acht maanden waren er zeven parkeertransacties geweest in dezelfde straat in Amstelveen.
Allemaal ’s avonds.
Allemaal op dagen waarop Jeroen mij had verteld dat hij bij klanten zat.
Claire de Wit woonde in die straat.
Mijn handen begonnen weer te trillen.
Anouk legde haar pen neer.
‘Wil je stoppen?’
‘Nee.’
‘Zeker?’
‘Ik ben twaalf jaar gestopt met kijken zodra iets pijn deed.’
Ik schoof de papieren terug naar haar.
‘Daar ben ik klaar mee.’
Het technisch rapport van mijn Volvo kwam drie dagen later.
De remleiding was niet tijdens het ongeluk gescheurd.
Ze was vóór het ongeluk gedeeltelijk doorgesneden.
Niet volledig.
Genoeg om na verloop van tijd druk te verliezen.
Toen rechercheur Verhoeven dat vertelde, zat Femke naast mij.
Ze vloekte één keer.
Heel zacht.
Ik voelde niets.
Dat was bijna erger.
‘Kunnen jullie bewijzen wie het heeft gedaan?’
‘Nog niet.’
‘Maar jullie denken aan Jeroen.’
‘We denken aan bewijs.’
Ook dat beviel me.
Het bewijs kwam uit iets waarvan Jeroen waarschijnlijk was vergeten dat het bestond.
Onze deurbelcamera.
De camera aan de voordeur filmde de oprit niet volledig, maar ving een deel van de reflectie in het raam van de buren.
Op donderdagavond, twee dagen voor mijn ongeluk, was Jeroen om 23.47 uur naar buiten gegaan.
Hij had in een grijze hoodie naast mijn auto geknield.
Zeven minuten later kwam hij terug.
Dat bewees nog niet wat hij had gedaan.
Maar om 23.49 uur registreerde onze slimme garageverlichting beweging.
De politie vroeg de data op.
Op de beelden zag je hem een rode gereedschapskist uit de garage halen.
Dezelfde kist die later tijdens een huiszoeking was aangetroffen.
In één vak lag een kleine pijpsnijder.
Daarop zat remvloeistof.
Jeroen werd aangehouden.
Maar de tweede klap kwam de volgende ochtend.
Anouk belde om half acht.
‘Ben je wakker?’
‘Nu wel.’
‘De politie heeft iets gevonden op Jeroens laptop. Ze mogen mij inhoudelijk niet alles geven, maar er is ook materiaal dat relevant is voor jouw onderneming.’
Ik ging rechtop zitten.
‘Wat?’
‘Hij was niet alleen geld aan het wegsluizen.’
Jeroen had conceptdocumenten voorbereid waarin stond dat ik na een ‘neurologisch incident’ tijdelijk niet in staat zou zijn zakelijke besluiten te nemen.
Er lag zelfs een conceptvolmacht.
Mijn handtekening stond eronder.
Niet mijn handtekening.
Een kopie ervan.
Anouk liet een forensisch documentonderzoek uitvoeren.
De ondertekening was samengesteld uit een scan van een oude hypotheekakte.
Hij had dus twee scenario’s voorbereid.
Als ik het ongeluk overleefde maar ernstig gewond raakte, wilde hij via een volmacht invloed krijgen op mijn aandelen en bedrijfsrekeningen.
Als ik stierf, kreeg hij als echtgenoot een groot deel van mijn privévermogen en €750.000 uit de recent verhoogde verzekering.
Maar zelfs dat bleek niet zijn hele plan.
Tussen de verwijderde bestanden op zijn laptop stond correspondentie met Claire.
Niet romantisch.
Zakelijk.
Dat maakte het kouder.
Als M. voorlopig uitvalt, kunnen we de Breukelen-portefeuille eindelijk verkopen.
Je moet zorgen dat zij niets ondertekent vóór de overdracht.
Na de verzekeringsuitkering lossen we Meridian af.