Níspero: het oranje superfruit waarmee de Spaanse lente begint en eindigt
Waar groeit de níspero en wanneer pluk je hem?
De oogst valt in de lente, grofweg van begin april tot in juni, afhankelijk van het weer. Boeren plukken het fruit met de hand, vrucht voor vrucht, want machines kunnen het tere goedje niet aan. Landbouworganisatie ASAJA Alicante rekende voor de huidige campagne op zo’n 10.000 ton met het kwaliteitskeurmerk, een lichte stijging ten opzichte van vorig jaar. De stervariëteit heet Algerie. Behalve in Alicante telen ook Granada (Costa Tropical) en Málaga de vrucht.
Waar koop je de verse vrucht?
Vers haal je de níspero het best op een markt of bij een lokale boer, zoals op de wekelijkse markten van de Marina Alta vlak ten noorden van het teeltgebied. Houd er rekening mee dat groente en fruit dit jaar fors duurder werden, dus loont het om prijzen te vergelijken.
Hoe eet je een níspero?
Het lekkerst eet je hem rijp en rauw, zo uit het vuistje. De Spanjaarden maken er ook mermelada (jam), compote en zelfs likeur van, en verwerken hem in salades en nagerechten. Een rijpe vrucht voelt zacht maar stevig en heeft een dieporanje kleur. Vlekjes op de schil zijn alleen cosmetisch; het vruchtvlees blijft meestal gaaf. De níspero is kwetsbaar, verdraagt de koelkast slecht en bewaart kort, dus eet hem snel na aankoop. Bij twijfel over versheid vertrouwen veel Spanjaarden op uiterlijk, geur en smaak, wat bij dit fruit aardig werkt.
Waarom is de níspero zo gezond?
Honderd gram levert ongeveer veertig tot vijftig kilocalorieën, met zo’n 85 procent water. De vrucht zit vol pectine, een vezel die de spijsvertering helpt en het cholesterol gunstig beïnvloedt. De oranje kleur komt van bètacaroteen, dat het lichaam omzet in vitamine A, goed voor ogen, huid en weerstand. Drie nísperos dekken al de helft van je dagelijkse behoefte. Het kalium werkt licht vochtafdrijvend. Wie diabetes heeft of last van jicht, eet de vrucht met mate vanwege de natuurlijke suikers en het kalium. Een Nutri-Score heeft dit verse, onbewerkte fruit overigens niet nodig.
En wat heeft de níspero met de mispel te maken?
Hier wordt het taalkundig grappig. Het Spaanse woord níspero sloeg oorspronkelijk op de Europese mispel (Mespilus germanica), in het Nederlands gewoon de mispel: een herfstvrucht, bruin, hard en wrang, die je eerst laat doorrijpen tot hij bijna rot voordat hij eetbaar wordt. Grieken en Romeinen aten hem al, en in de middeleeuwen stond hij in half Europa in de tuin. De zoete, mooie loquat uit Azië verdrong dit oude fruit bijna volledig. En ondanks de bijnaam níspero japonés komt de vrucht niet uit Japan maar uit China, waar men hem al tweeduizend jaar kweekt. In Japan heet hij biwa, naar een luit die op zijn vorm lijkt.