Drie types onkruid, drie aanpakken
Grofweg kun je onkruid in je gras indelen in drie groepen. Wortelonkruid zoals paardenbloem, kruipende boterbloem en zevenblad heeft lange penwortels die makkelijk afbreken. Blijft er een stukje wortel achter, dan staat de plant er over een paar weken gewoon weer.
Zaadonkruid zoals madeliefje, weegbree en ereprijs verspreidt zich juist via de wind. Verwijder je het pas na de bloei, dan heb je er nog jaren last van. Mos hoort eigenlijk niet in dit rijtje thuis: het is een spoorplant en vraagt een totaal andere behandeling.
Handmatig wieden blijft de gouden standaard
Onkruid met de hand verwijderen wordt door tuinkenners nog altijd gezien als de meest effectieve en milieuvriendelijkste methode. Je beschadigt ander gras niet, je spaart het bodemleven en je hoeft je geen zorgen te maken over kinderen of huisdieren die op het gras spelen.
De belangrijkste regel: haal de plant altijd met wortel en al weg. Werk bij voorkeur op een vochtige dag of vlak na een regenbui, want dan komt de wortel veel makkelijker mee. Het voorjaar is de beste periode, als de planten klein zijn maar wel actief groeien.
Vul kale plekjes meteen aan met graszaad. Elke open plek is namelijk een uitnodiging voor nieuwe onkruidzaden om te landen en te kiemen.